Welke typen geheugen zijn er eigenlijk?

Wat is geheugen eigenlijk? Voordat ik het wil hebben over geheugentraining moet u meer weten over wat geheugen nu is en welke verschillende typen in de wetenschap worden onderscheiden.

Het 1e type is onze erg beperkt levende en vluchtige sensorisch geheugen. Het is het nabeeld dat wij zien als we kort naar een fel licht kijken of naar andere zaken, het is het nagalmende geluid wanneer we iets horen. Geluiden of beelden blijven – wanneer ze weer weg zijn – heel kort in ons bewustzijn, slechts enkele seconden hooguit.

Een tweede type is ons werkgeheugen. Het heette vroeger het Korte Termijn Geheugen (KTG) maar dit is in de wetenschap veranderd. Het duurt slechts enkele seconden tot ongeveer een minuut. Het is ook vluchtig, kwetsbaar en het kan ongeveer 7 ± 2 eenheden informatie bevatten, of dat nu woorden, beelden, geluiden of cijfers zijn. Het is onze bewuste aandacht, expres werkgeheugen (WG) genoemd omdat hierin alle werkprocessen plaatsvinden. Hier wordt alle informatie die via onze zintuigen binnen komen actief verwerkt. Dan pas wordt het in ons Lange Termijn Geheugen (LTG) opgeslagen. Het is goed om te beseffen dat onze WG capaciteit NIET vaststaat. Het varieert zelfs per seconde omdat ons brein een biodynamisch, flucturerend en werkend orgaan is.

Ons 3e type opslagsysteem is het Lange Termijn Geheugen (LTG): het kan informatie voor zeer lange tijd opslaan, mogelijk voor jaren en zijn capaciteit lijkt onbeperkt. Dit is in werkelijkheid natuurlijk niet zo. Het duurt enige uren tot enkele dagen voordat nieuwe informatie betrouwbaar blijft hangen en opgenomen wordt in het LTG. Dit heeft vooral te maken met een biochemisch proces dat ze Long Term Potentiation noemen: nieuwe en oude synapsverbindingen worden gevormd en versterkt. Meestal is het zo dat deze verbindingen sterker worden door herhaling van informatie en enige nachten slaap tussen herhalingen.

Voor een schematisch overzicht van deze 3 fundamentele typen geheugen zie onderstaand Figuur.

Ook de typen informatie die in onze hersenen zijn opgeslagen wordt door de wetenschap gecategoriseerd. De eerste soort informatie is vaak ofwel visueel of auditief en vrijwel altijd gebonden aan een bepaalde plaats en tijd. Het wordt opgeslagen als een soort ‘episode’, dus noemt de wetenschap dit gebied: episodisch geheugen. Het bestaat uit heel veel feiten, zowel visueel, auditief, tactiel of reuk). Als veel van dit soort concrete informatie wordt opgeslagen gaan onze hersenen dit ordenen en haalt er meer abstracte informatie uit. Dit type meer abstracte informatie (niet meer zo gebonden aan een bepaalde tijd of plaats), wordt in een ander ‘bakje’ gezet: het semantische geheugen. Bijvoorbeeld: als je veel vogels ziet in je ontwikkeling dan zul je snel vergeten waar je al die vogels wanneer precies hebt gezien. Maar je zult dan wel onthouden dat vogels bestaan uit veren en dat zij kunnen zingen en vliegen. Deze informatie is wat algemener van aard en bevat kennis.

Een andere soort informatie opslag is informatie die niet goed in woorden (in taal) is uit te drukken: procedureel geheugen. Het is meer de ‘hoe’-informatie, niet de ‘wat’-informatie. Bijvoorbeeld het gevoel dat je leert hoe je moet fietsen of hoe je tennis moet spelen. Het is veel meer een ‘doe’-geheugen, je weet niet precies hoe en wat je onthoudt, maar je onthoudt het toch na oefening. Het brein onthoudt belangrijke onderdelen van een beweging of activiteit zodat het in staat is deze later nogmaals uit te voeren. 

De fundamenten van elke geheugentraining

Nu dat u weet welke hoofdtypen geheugen er zijn is het tijd om de belangrijkste onderdelen van een geheugentraining te bespreken. Er zijn al vele boeken en wetenschappelijke artikelen geschreven over dit onderwerp en ik heb de nodige gelezen. Echter, mijn ervaring met meer dan 2000 hersenletsel patiënten heeft mij veel geholpen om te leren wanneer en hoe geheugentraining werkelijk effect kan hebben. Ik wil deze kennis met u delen zodat u niet al die boeken hoeft te lezen. Maar ik wil vooral ook vertellen wat er allemaal niét in die boeken staat. Met name zal ik de voor- en nadelen van dit soort training in het echte dagelijkse leven willen vertellen. Ik wil me ook speciaal richten op training ná een hersenletsel, want dit is duidelijk anders dan training met een gezond brein.

Allereerst berust geheugentraining op een paar fundamentele principes: Aandacht, Tijd, Herhaling en Associëren of Koppelen. Het geheugensteuntje hiervoor is de zin: Als Tante Hoest Kraakt Onze Vloer (A=aandacht, T=Tijd, H=Herhaling, K=Koppelen, O=Ordenen, V=Visualiseren). 

Aandacht
Iedere informatie die u wilt onthouden wil de aandacht hebben. En terecht: alleen informatie waar je aandacht aan besteed, waar je bewust aan denkt, zal onthouden gaan worden. Dat is ook dé hoofdreden dat mensen namen snel vergeten als ze aan elkaar voorgesteld worden. Ze besteden dan té weinig aandacht aan een nieuwe naam.

Tijd
Erg nauw gekoppeld aan aandacht is tijd: het voldoende tijd (en aandacht) besteden aan informatie die u wilt onthouden. Het zal tijd kosten om trucs en tips te leren en het zal altijd tijd kosten belangrijke zaken goed te onthouden.

Herhaling
Natuurlijk zal het herhalen van te onthouden informatie de tijd en aandacht verhogen. Maar…het heel vaak herhalen van informatie in een korte tijd zal het onthouden ervan niet veel helpen. De wetenschap heeft ontdekt dat je herhalingen van lesmateriaal moet spreiden, over dagen met enige slaap ertussen. Dan zal het in het LTG het beste opgeslagen worden. Iedere training gebruikt herhalingen om de lesstof beter te onthouden.

Koppelen of associëren
Het meest belangrijke van een training is echter de manier waarop u de informatie gaat opslaan. Dit moet geordend gebeuren. Dat wil zeggen dat iedere nieuwe informatie gekoppeld moet worden aan bekende en soortgelijke informatie. Daarom besteden alle trainingen op dit gebied de meeste aandacht aan de manieren waarop informatie onthouden kan worden.

Belangrijke methodes zijn bijvoorbeeld visualisaties. Hierbij wordt geprobeerd beelden te vormen van de te onthouden informatie, óf er worden beelden bij verzonnen en aan de nieuwe informatie gekoppeld. Meestal onthouden mensen namelijk iets gemakkelijker via beelden. Andere methodes gebruiken lokalisatie waarbij informatie gekoppeld moet worden aan voor u bekende plaatsen, of vreemde associaties (informatie die gekoppeld wordt met iets geks).

Al deze methodes proberen nieuwe informatie te koppelen aan al oude, bekende informatie in het LTG. Belangrijk hierbij is dat de nieuwe informatie op de juiste manier wordt geordend én ingedeeld. Bijvoorbeeld, als een boek naar de bieb wordt teruggebracht, dan weet de bibliotheekmedewerker waar het boek over gaat en dus ook wáár het teruggelegd moet worden in de kast. Als nu een boek over geschiedenis wordt teruggeplaatst tussen allemaal boeken over sex… dan betekent dat dat het boek waarschijnlijk niet meer teruggevonden wordt…tussen meer dan 100.000 boeken. Het proces van categoriseren (indelen) moet logisch zijn, consequent en duidelijk zodat het geheugen netjes geordend is.

De oorzaken van vergeten hebben meestal te maken met fouten die gemaakt worden door bovenstaande processen niet of niet goed uit te voeren. Er wordt bijvoorbeeld onvoldoende tijd en aandacht aan nieuwe informatie besteed (het zogenaamdeopname-proces. Maar meestal wordt er onvoldoende nagedacht over hoe informatie geordend en wel aan wélke kapstok in het LTG gehangen moet worden (het zogenaamde opslag-proces. Met als resultaat dat de informatie misschien wel wordt opgeslagen in het LTG, maar dan ook niet meer kan worden teruggevonden (het zogenoemde ophaal-proces). Dit ophaalproces is echter niet zo eenvoudig als het lijkt: het is een actief proces omdat je de juiste sleutels moet bedenken die dan weer de opgeslagen informatie kan terugvinden/oproepen.

Het spontaan herinneren van informatie kan dus misgaan omdat

1. de informatie niet goed geordend is opgeslagen (het is moeilijk zoeken tussen een hoop andere informatie)

2. de informatie gewoonweg niet goed vast blijft zitten aan andere informatie (de ‘lijm’-stof in het geheugen werkt niet goed. Dit is vooral een biochemisch proces waarbij met name de zogenaamde Long Term Potentiation niet goed meer verloopt. Dat is het letterlijk beter binden van zenuwuiteinden (synapsen) met elkaar.

3. de informatie niet goed gezocht wordt met de juiste cues of geheugensleutels, bijvoorbeeld omdat iemand dit niet actief bedenkt.

Voorbeelden en tips hoe informatie beter te onthouden

Onthouden van namen en/of gezichten
Het niet goed kunnen onthouden van iemand’s naam is één van de meest gehoorde klachten in het dagelijkse leven. Meestal wordt dit echter niet veroorzaakt door een slecht geheugen maar door een slechte geheugen-‘hygiëne’. Er wordt gewoonweg te weinig tijd en aandacht besteed aan iemand’s naam. De truc is dat zodra je iemand’s naam hoort, je letterlijk moet stil staan bij deze naam én hem ook hardop moet herhalen. Dan is het verstandig deze naam te koppelen aan iets van deze persoon. Een bepaald kenmerk van die persoon (b.v. een grote neus) kan dan dienen als de geheugensleutel waaraan de naam wordt gekoppeld. Ikzelf werk met informatie over die persoon, b.v. waar hij werkt, wat hij doet en dan koppel ik de naam aan deze info. Als ik hem dan opnieuw zie probeer ik me te herinneren wat hij doet of waar hij werkt. Meestal lukt het dan om zijn naam te herinneren.

Nu heeft iedereen zo zijn eigen stijl en trucjes. De ene persoon let extra goed op iemand’s gezicht, de ander op zijn haar, weer een ander interesseert zich vooral in iemand’s beroep (zoals ik). Waar het echter om gaat is dat je echt tientallen seconden stil staat bij de kapstok waaraan je deze nieuwe naam moet ophangen. Heel verstandig is dan ook om de naam echt even hardop te herhalen, een kort praatje te maken met die persoon en dan weer de naam te herhalen (dus 2-3 keer). Meestal waarderen mensen dat enorm (ze vinden het nooit vervelend is mijn ervaring) én je onthoudt de naam dan beter.

Onthouden van cijfers
Of je nu telefoonnummers of pincodes wilt onthouden, elk nummer moet je proberen te koppelen met iets dat je zelf erg goed kent. Er zijn geheugensteuntjes waarbij je elk cijfer kunt koppelen aan een bepaalde letter of zelfs woord. Het cijfer 8 wordt dan A of Aap (van acht…). Iedereen heeft zo zijn eigen voorkeuren. De moeilijkheid hierbij is dat er een logisch en goed verband gemaakt moet worden tussen de letters. Immers, een combinatie van APBK is ook lastig te onthouden. Ikzelf heb ooit een pincode gehad die ik omzetten kon in een naam: DAVE= 3851.

Het tijdelijk onthouden van telefoonnummers is iets anders: deze kun je het beste opdelen in delen. In plaats van 8340212, moet je dit herhalen als b.v. 83 40 212. Als je iemand een telefoonnummer doorgeeft, doe dat dan ook in eenvoudig te onthouden delen. Niet voor niets staan telefoonnummers vaak zo in delen op visitekaartjes. Het veel langer onthouden van telefoonnummers moet je echt oefenen, zeker gedurende 10-15 minuten. Hierbij is het opdelen van het nummer in delen erg belangrijk. Soms kunnen 2-cijfers stukken handiger zijn dan b.v. 3-cijfers stukken. En probeer daarbij ook een verbinding te leggen tussen de delen. B.v. 43 46 88 91. De 1e twee zijn eenvoudig want beginnen met een 4. De andere twee zijn cijfers hoger dan een 4 (en zelfs dubbel: 8). Op zulke manieren is een nummer beter te onthouden. Maar…dit kost je zeker 10-15 minuten. En belangrijk bij elke oefening: schrijf het op! Het zien van wát je moet onthouden helpt altijd extra. Vervolgens moet je het een paar uur laten en daarna nogmaals 10-15 minuten oefenen. Tegenwoordig raad ik mensen aan om slechts enkele hele belangrijke telefoonnummers uit het hoofd te leren, de rest kun je gewoon in je mobiel opslaan.

Onthouden van wat je moet kopen
Iedereen winkelt en moet zich kunnen herinneren wat je moet kopen. Normaal gesproken zeg ik altijd: bij meer dan 5 items, gebruik gewoon een lijstje en schrijf het op. Waarom zou je zeker 10-15 minuten investeren in het oefenen als je sneller bent met het opschrijven van de boodschappenlijst? Als je echt strategietjes wilt oefenen dan kun je allerlei methodes gebruiken. Zoals de loci-methode waarbij je je voorstelt een bepaalde route door de winkel te lopen en op iedere plek staat een boodschap die je moet kopen. Dat kan ook door je een vaste denkbeeldige gekke route voor te stellen en op elke gekke plek plak je dan denkbeeldig het item dat je wilt kopen. Het slechte nieuws is dat dit oefenen je zeker 15 minuten kost, tenzij je dit weken lang oefent, dan gaat het in 5 minuten. Als je dat leuk vindt, moet je dat vooral doen.

Onthouden van afspraken
Ook hier moet je erg pragmatisch zijn: het kost heel veel oefening om meerdere afspraken te kunnen onthouden. Zeker als ze gespreid zijn over enige weken. Je kunt dit doen door je de afspraak zelf goed voor te stellen en er een verhaaltje bij te verzinnen. Bijvoorbeeld wat jij je voorstelt bij deze afspraak. Het alleen als visualiseren (voorstellen) van de afspraak helpt enorm om deze te onthouden. Probeer echter niet op deze manier over 2-3 weken een afspraak te onthouden. Dat is namelijk een stuk riskanter. Tenzij jij elke week herhaalt welke afspraken je hebt. Maar ik adviseer mensen niet zoveel energie hierin te stoppen omdat je ook gewoon een mobiele telefoon hebt of een elektronische agenda waar je de afspraken in kan zetten, mét een alarm. Mensen die niet van deze elektronika houden kunnen zich aanleren alle afspraken in een grote agenda te schrijven én iedere dag op dezelfde tijden deze agenda te bekijken en de afspraken te herhalen.

Onthouden van zaken die gisteren gebeurd zijn
Waarom zou je dat überhaupt willen? Veel te veel wordt de nadruk gelegd op het onthouden van nutteloze zaken in het leven. Waarom zou ik me alles moeten herinneren van een jaar terug? Daarvoor zijn er nu juist leuke camera’s of mobiele telefoons die leuke momenten opslaan. Ik heb patiënten gehad die zich alles wilden herinneren en dus begonnen met het opnemen of opschrijven van alles wat zij mee maakten. Het enige dat dat opleverde was een enorme hoeveelheid schrijfwerk of een Iphone die helemaal vol zat met meer dan 300 notities! En het ergste van alles was dat deze genoteerde informatie nóóit werd bekeken; want alleen al het doorzoeken van al die opgeslagen informatie kostte hen al een halve tot hele dag. Dit is ronduit zinloze energie. Als je toch niet veel anders te doen hebt dan mag je je hobby uitleven: het onthouden van alles wat er gisteren, 2,3,4,5,6,7, tig dagen geleden gebeurd is. Het helpt je namelijk niet veel verder om dit te onthouden. Je geheugen wordt er echt niet veel beter van. En je kwaliteit van leven gaat er ook op achteruit omdat je je alleen nog maar bezig houdt met iets nutteloos terwijl je je kostbare energie (en leven) beter aan leukere zaken kan besteden.

Onthouden van dingen die je leest
Hetzelfde advies als net gegeven geldt hier ook. Is het echt nodig om alles te onthouden wat je leest of ziet op de tv? Onmogelijk…en nutteloos. Als je dan toch echt iets wilt onthouden wat je leest, maak dan een korte samenvatting, schrijf het dus áltijd op. Maak er een Mindmap van, een soort getekende samenvatting met een kort verhaaltje waaraan de nieuwe informatie wordt gekoppeld. Sla deze samenvatting op je computer op. De computer heeft als grootste voordeel dat het oneindig veel informatie kan opslaan zonder dat het ruimte kost. Hiervoor moet je natuurlijk wél goede mappen aanmaken. B.v. mappen over Aandacht, Verjaardagsfeestjes, Vakanties, etc. 

Patiënten met hersenletsel klagen vaak over het lezen van boeken. Ze onthouden de verhaallijn niet meer goed. Hier is echter geen simpele oplossing voor. Of je gaat een samenvatting maken van wat je hebt gelezen en je leest deze samenvatting iedere keer als je weer begint te lezen in het boek. Dit betekent echter dat het lezen van een boek zeer vermoeiend wordt. Hiermee verdwijnt vaak ook het plezier in lezen. Om dat te voorkómen raad ik meestal aan andere, meer eenvoudige en minder dikke boeken te lezen. Als je dan tóch dikkere boeken wilt lezen, doe dat dan echt in delen en zorg ervoor dat je iedere avond of dag een stukje leest van 5 á 10 bladzijden. Niet veel meer, omdat dat teveel energie kost wat weer ten koste zal gaan van het goed onthouden.

Onthouden van wat je eerder hebt gezegd of gevraagd
Met hersenletsel herhalen patiënten vaak wat zij eerder aan hun partner gevraagd of gezegd hebben. Dit leidt meestal tot irritaties bij de partner. Zelfs mijn dochters van 7 en 12 zeggen mij regelmatig dat ik ‘dat al verteld heb’. Er is echter weinig aan te doen. In trainingsboeken heb ik nog nooit een oplossing gelezen voor dit veel vóórkomende probleem. Het is onbegonnen werk om alles wat je verteld hebt op te schrijven in een notitieblokje. Dat wordt niet meer doorzoekbaar als je vele dingen erin zet. Wat wél zou kunnen werken is dat je bij belangrijke zaken die je vertelt even letterlijk stil staat bij waar je het verteld hebt. Kijk in de ruimte om je heen, besef dat je dit vertelt. De kans dat je je dat dan iets beter kan herinneren is dan wat groter. En anders: leer je partner een teken te gebruiken dat hij/zij kan gebruiken als je iets vertelt wat je al eerder hebt gezegd of gevraagd. Het is heel verstandig om iets nonverbaals af te spreken omdat het constant horen van ‘dat heb je al eens verteld’ ook weer irritaties oproept. Een simpele hand die even opgeheven wordt, of een wijsvinger, is al genoeg om jou te leren je mond te onthouden. Op deze manier wordt je partner minder geïrriteerd en jij zelf uiteindelijk ook. Dus ondanks je problemen kun je dan toch je relatie goed houden.

Herinneren van de juiste woorden
In de wetenschap heet dit het ‘tip-of-the-tongue’ fenomeen (op het puntje van je tong) en dit gebeurt bij iedereen die ouder wordt. Vroeger kon ik bijvoorbeeld alle liedjes meteen noemen of de naam van de band of artiest. Nu moet ik vaak echt even nadenken en ook de namen van bijvoorbeeld acteurs kan ik niet altijd meer direct en snel herinneren. Het heeft geen zin om je hierover op te winden want dan ontstaat er tunnelvisie: je blokkeert dan meestal helemaal. Wat wel verstandig is, is om je voor de geest te halen wat er allemaal aan deze persoon, of naam, of woord gekoppeld is. Bijvoorbeeld kun je denken aan wáár je de naam gezien hebt, wát de betekenis is van een woord (werkwoorden: wat kún je ermee), wanneer je een liedje hebt gehoord. Door deze associaties die altijd zijn opgeslagen met het woord of de naam zelf, is de kans groter dat je uiteindelijk het woord in je LTG terug gaat vinden. Dit kost echter wel even meer tijd. Maar…als je dit constant oefent…dan gaat het steeds iets beter. Besteed echter niet té veel tijd aan dit terugzoeken…slechts enkele minuten. Laat dan vooral je onbewuste het werk doen en ga ondertussen iets anders doen. De kans is dan groot dat je onbewuste over een paar minuten wel komt met die naam of dat woord.

Onthouden van je intenties of wat je wilde gaan doen
Je kent de situatie wel: je begint naar de keuken te lopen en aangekomen in de keuken weet je ineens niet meer wat je ging doen. Met name als je ouder wordt, gebeurt dit steeds vaker. Ook hier weer geldt: word hier vooral niet kwaad over, dat maakt het vergeten alleen maar erger. De beste truc is gewoon terug te lopen naar waar je vandaan kwam. Vervolgens loop je weer rustig de kant van de keuken op. Het LTG werkt namelijk zodanig dat de intentie wordt opgeslagen met alle informatie om je heen. Op het moment dat je iets wilt wordt dit tijdelijk opgeslagen met de beelden die je dan voor je hebt, vaak is dat dus een deel van de woonkamer én de keuken. Als je dan terugkeert van de keuken en weer opnieuw aan deze route begint, dan fungeert het begin van deze route als dé sleutel die toen tijdelijk gekoppeld werd aan jouw intentie. Vaak zie je daarom dat de route opnieuw lopen leidt tot het spontaan herinneren van wat je wilde. Wat ook werkt is in de keuken aangenomen even rustig goed rondkijken. Immers, jouw intentie had vast iets te maken met de keuken. Het zien van bijvoorbeeld de koelkastdeur kan dan al betekenen dat je je ineens herinnert dat je een stukje kaas wilde pakken.

Wanneer het geheugen ernstig is aangetast en training niet werkt: elektronica

Alle bovenstaande tips of een training helpen patiënten met ernstige stoornissen niet echt. Zij hebben niets aan het vaak opschrijven van informatie, of het honderden keren per dag kijken in een agenda. Ze ontwikkelen vaak een obsessie, een dwang om alles te controleren en heel vaak geschreven informatie terug te zoeken. Deze dwang wordt dan zo ernstig dat zij de hele dag alleen nog maar in hun notitieblokje zoeken en niet meer toekomen aan het normale leven. Ze worden alleen nog maar gefrustreerder, rustelozer, nerveuzer en uiteindelijk depressiever.

Maar er bestaat een oplossing, al is deze niet geheel dekkend voor ál hun problemen. Het is elektronica: het gebruik van een elektronische agenda waarin zij belangrijke afspraken of reminders kunnen zetten, mét een alarm. Dit laatste is erg belangrijk omdat een alarm betekent dat zij zich nergens meer druk om hoeven te maken en niet meer hoeven te controleren wanneer zij wat moeten doen. Het alarm zal hen er altijd op tijd aan herinneren wat zij moeten doen. Dit geeft echt rust in het hoofd. Apparaten kunnen zijn: een smartphone met een goede agenda-functie (meestal de zakelijke en duurdere smartphones), een PDA die helaas steeds minder te krijgen is, of een computer-horloge die helaas vaak er niet uit ziet.

Mijn ervaringen met enkele oudere mensen die in de beginfase van een dementie zitten is dat de Nokia telefoon Asha een eenvoudige telefoon is met een prima alarmfunctie. Deze alarmfunctie keert ook terug en je kunt deze dan 'snoozen' of geheel wegdrukken. Bij 'snoozen' keert het alarm na 5 minuten terug. De Nokia Asha 203 lijkt de eenvoudigste telefoon voor ouderen met serieuze geheugenstoornissen. Het inprogrammeren van afspraken en alarms dient meestal gedaan te worden door de partner en/of de kinderen. De patiënt dient dan geoefend te worden in wat te doen áls er een alarm afgaat op de telefoon. De vereiste stappen als een alarm af gaat zijn niet zo moeilijk. Op deze manier kan iemand zich houden aan zijn afspraken en kan hij herinnerd worden aan het innemen van zijn medicijnen. Het grote voordeel van deze methode is dat mensen zich minder druk hoeven te maken of zij dingen vergeten: dat doen zij namelijk niet meer omdat de telefoon vanzelf het alarm doet afgaan. De rust die dan bij deze oudere mensen ontstaat is behoorlijk groot. Daarnaast zal de partner wat ontlast kunnen worden omdat de patiënt afleert om constant te vragen wanneer er iets moet gebeuren. Er kan namelijk geleerd worden te vertrouwen op de eigen telefoon. De link waar de Nokia Asha te verkrijgen is, is hiernaast rechts te vinden: bij Bol.com (bezorging gratis).

 

Nogmaals: Hoe werkt het geheugen nu eigenlijk?

Er zijn veel zaken die nog niet geheel duidelijk zijn over het menselijk geheugen en hoe het precies werkt. Wel zijn er enkele interessante modellen ontwikkeld door verschillende wetenschappers. Hieronder wil ik een poging wagen een samenvatting te geven van verschillende modellen waarbij ik probeer zo goed en helder mogelijk te maken hoe processen verlopen. Ik zal daarbij ook voorbeelden uit het dagelijkse leven geven om een en ander te verduidelijken. Waar nodig verwijs ik naar goede informatieve websites over geheugenprocessen.

Proces nr 1: Het opslaan van nieuwe informatie

Voor zover nu bekend begint alles met het opmerken (aandacht hebben voor) van informatie die op ons af komt. Dat kan visuele info (beelden) zijn of auditieve (geluiden) of voelbare (tactiel) info. Veel mensen weten niet dat onze hersenen in staat zijn tegelijkertijd álle 5 zintuigelijke kanalen (gehoor, zien, ruiken, proeven, voelen) te gebruiken bij de opslag van informatie. Bij het onthouden van een gezicht van een leuke meid bijvoorbeeld die je bij dansles ooit eens hebt ontmoet, wordt dus van alles tegelijkertijd (parallel) opgeslagen in meerdere gebieden in je hersenen. Zo wordt haar stem (auditief), haar gezicht met die mooie ogen (visueel), haar reuk (die speciale geur parfum, die je nu nog weet, na al die jaren), haar zachte handen (voelen), maar ook de zaal waarin je met haar danste, de kleuren van de vloer daar, en mogelijk ook de muziek waarop je met haar danste, dát allemaal wordt tegelijkertijd opgeslagen.

In dit ‘boekje over dat meisje van dansles’ dat in je bibliotheek in je hersenen wordt opgeslagen, vind je al deze informatie terug. Dat kan omdat destijds je werkgeheugen zich razendsnel vulde met al deze informatie. Binnen dat WG worden namelijk de associaties, de koppelingen gemaakt. Hoe langer in het WG meerdere informatie-elementen aanwezig zijn, des te beter worden die aanwezige informatie-elementen aan elkaar gekoppeld. Dit verklaart ook dat je die parfum nog zo goed kan ruiken. Immers, die parfum was constant aanwezig: iedere keer weer werd deze geur in je WG geladen, samen met andere informatie. Op momenten dat zij iets tegen je zei met die mooie stem, werd het stemgeluid in je WG geladen en samen gekoppeld met de parfumgeur die al in het WG aanwezig was. En hoe meer die parfumgeur gekoppeld is aan meerdere informatie-elementen, hoe beter het later teruggevonden kan worden in het LTG. Bovendien is er met reuk nog iets aparts aan de hand, net zoals trouwens een mooi stemgeluid. Het is namelijk in sterke mate gekoppeld aan emoties. Een lekkere parfumgeur roept blije gevoelens op, verliefdheid en sexuele gevoelens. Niet voor niets is je brein dan extra alert en in staat om alles wat er mee gekoppeld kan worden, beter te onthouden. Op dezelfde manier kan één fantastische aanraking van haar zeer zachte hand op jouw handpalm heel lang onthouden worden. Maar essentieel is dus dat informatie dat gekoppeld moet worden, langere tijd in het WG moet blijven.

Het is een misvatting te denken dat alles in je WG volledig bewust gebeurt. Ik leek dat in eerdere bovenstaande teksten te suggereren maar wat ik bedoelde dat een belangrijk deel van je WG wel bewust is, maar een ander deel echter niet. Begrippen als klassieke conditionering of operante conditionering wijzen op deze meer onbewuste vorm van informatie aan elkaar koppelen. Vaak heb je dit namelijk niet door (onbewust, automatische koppelingen). Dat wil ook weer niet zeggen dat je met onbewuste kopppelingen alles heel goed kan terugvinden of herinneren. Vaak helpt het echt om bewust en expliciet zaken aan elkaar te koppelen om zo beter iets te onthouden. Vermoedelijk komt dit omdat wij met ons bewust zijn beter in staat zijn eigen gemaakte ordening aan te brengen in de veelheid van informatie die op ons af komt. Juist onze vrijheid op onze eigen manier te ordenen, kan ervoor zorgen dat we zaken beter kunnen onthouden en terugvinden.

Een voorbeeld van bewust ordenen en dat dat beter helpt dan louter automatische geheugenprocessen aan het werk zetten, is een test zoals de 15-woordentest. Hierbij worden 15 woorden rustig achter elkaar genoemd, bijvoorbeeld brand, huis, poot, koe, melk, bank, geld, vocht, bloed, kleed. Bij het aanhoren van de 1e 5 á 6 woorden wordt het WG langzaam gevuld en mag je er vanuit gaan dat de meeste mensen dit wel kunnen herinneren. Puur omdat het WG de woorden tijdelijk even vast houdt. Dat doen ze vooral door een fonologische repeteerlus te gebruiken: de woorden blijven zo automatisch herhaald worden in dat WG. De meeste mensen kunnen deze 5 á 6 woorden ook direct erna herhalen omdat het WG van de meesten zo groot is. Er hoeft dus nog niets speciaals gedaan te worden door je hersenen. De gewone hersencapaciteit, je gewone WGcapaciteit, laat je gelden.

Het wordt echter anders als de reeks woorden door gaat, boven de 6 woorden. Wat er dan gebeurt is dat het WG vol zit en niet meer in staat is alle woorden die je hoort te herbergen. Enkele woorden zullen er uit gaan vallen. Vaak is het zo dat de 1e 3 woorden wel lang vastgehouden kunnen worden doordat zij al iets langer gerepeteerd zijn. Maar de middelste woorden uit je WG verdwijnen steeds. De laatste woorden die genoemd worden, zitten echter wel weer in zijn geheel in dit WG. Nogmaals, vaak zie je dan dat de 1e 3 woorden en de laatste 3 woorden in het WG behouden zijn, en dat zijn meestal ook die woorden die direct daarna nog herinnerd worden door patiënten (en gezonde mensen). Het zogenoemde primacy en recency effect. Na een eerste aanbieding van 15 woorden tijdens zo’n test meet je dan ook over het algemeen de grootte van het WG (dat zo’n 7±2 eenheden/woorden groot is).

Wetenschappers weten tegenwoordig dat opslag des te beter werkt als je de nieuwe informatie gespreid aanleert. Met andere woorden: als je al nieuwe informatie wilt herhalen heeft het weinig zin dit 30 keer in 1 dag te doen en verder niet meer. Natuurlijk is herhaling goed maar doe dit dan met beleid: b.v. 3 keer in 1 uur. Vervolgens ga je enige uren iets anders doen en ’s avonds herhaal je opnieuw dezelfde informatie 2 á 3 keer. Ook is het verstandig het leren te onderbreken met een nacht slapen. In je slaap ordenen de hersenen namelijk je nieuw aangeleerde informatie. Bovendien kost het ‘uitharden van de geheugenlijm’, het laten beklijven van de nieuwe informatie enige uren (rond 6 uur). Dan pas zijn chemische verbindingen die gemaakt zijn redelijk sterk om langer stand te kunnen houden. Het herhalen van de te leren informatie na een nacht rust is ook weer met beleid: 2 á 3 keer.

Opslag dient ook gevarieerd te gebeuren omdat je dan later met vele verschillende soorten cues de informatie kunt terugzoeken. De kans dat je dan actief iets kan terugvinden is groter. Dus: het aanleren van nieuwe informatie moet je altijd doen met zoveel mogelijk koppelingen naar oude informatie die je al langer kent. Hoe meer aanhaken aan oude informatie, hoe groter de kans dat je later deze nieuwe informatie beter kan herinneren.

Bovenstaande figuur geeft aan wat er gebeurt bij een automatische geheugenopslag en bij een opslag waarbij een bewuste strategie wordt gebruikt. Deze bewuste strategie is nodig omdat je anders alleen maar rond de 7 woorden gaat onthouden en opslaan (= de grootte van het WG). Hoe beter jouw strategie, hoe meer woorden je zult opslaan. En juist het creatieve gebruik van strategieën is een mooi voorbeeld van hoe jouw executieve functies zijn. Dit zijn de hoogste functies van het menselijk brein en worden vooral door de prefrontaal kwabben (links en recht) verzorgd. Zie ook mijn pagina over Storing in problemen oplossen en de executieve functies. Het is mogelijk om met louter herhaling meer woordjes te onthouden omdat in het WG ook automatisch (meer onbewust) koppelingen worden gemaakt tussen woorden. Als je bijvoorbeeld KOE hoort dan kan het zijn dat je automatisch de associaties boven krijgt van weiland, melk, boerderij, koeienvlaai. Dit maakt dan automatisch een extra link met dergelijke woorden in je LTG. De kans dat je dan zo’n woord als KOE gaat onthouden wordt dan groter. Wil je echter zoveel mogelijk van die 15 woorden onthouden, dan moet je toch echt wel bewuster een goede strategie in zetten.

Dit voorbeeld van het onthouden van vele woordjes achter elkaar geeft ook al aan waarom het gebruiken van strategieën zo lastig is. Je moet hiervoor kennis hebben, erg flexibel en vooral creatief kunnen denken en zijn. Ook moet je de vaardigheden hebben om de juiste strategieën toe te passen. Eerder zei ik al dat met name het Ordenen en Associëren zeer belangrijk zijn. Zo ben ik erg visueel ingesteld en kan ik razendsnel beelden verzinnen bij vele woorden. Voor mij is het erg eenvoudig een Koe voor te stellen die gemolken wordt met een verbonden poot. Het gebruik van dit Visualiseren moet echter wel razendsnel gebeuren omdat de woorden aanbieden ook snel verloopt. Hiervoor is een snelle informatieverwerking en de volle aandacht vereist. Ben je te traag dan werken strategieën minder goed.

Bovenstaand verhaal over het geheugenopslagproces is echter lang niet het gehele verhaal. Meerdere factoren leiden tot een goede opslag van nieuwe informatie: 1. een goed werkend en voldoende groot WG; 2. een voldoende concentratie; 3. een voldoende verdeelde aandacht; 4. een voldoende associatief vermogen; 5. een voldoende taalbegrip en woordenschat; 6. een voldoende flexibel en creatief denkvermogen; 7. een voldoende planning en logisch denkvermogen. Maar ook de fysiologische factoren spelen een belangrijke rol. Met name wat ik de lijmstof noem is van belang. De mate waarin zenuwcellen aan elkaar verbonden kunnen worden. Bij de een verloopt dit proces biochemisch trager dan bij de ander. Dat heeft weer met de juiste biochemie in het hoofd te maken, iets wat ik dus de kwaliteit van de geheugenlijm noem. Sommige mensen hoeven slechts 1 of 2 keer een koppeling tussen 2 woorden te maken en ze vergeten het nooit meer. Kennelijk zijn bij hen de synaptische verbindingen tussen zenuwcellen in staat een sterke verbinding te maken. Dit is dan vooral gebaseerd op voldoende chemische stoffen. Dat kan genetisch bepaald zijn of jarenlang goed getraind. Hier vermoed ik dat een goede breinconditie wonderen doet: een goede kwaliteit van voedingsstoffen zoals eiwitten, mineralen, vitamines(met name B-vitamines) en vetten is dan van belang.

Het 'Fotografisch' geheugen

Dit verklaart ook de mensen die een fotografisch geheugen hebben. Zo zijn er zogenaamde idiot savants (een overigens verschrikkelijke term!) die vaak autistisch zijn die een fabuleus opslagsysteem hebben. Eén zo’n iemand is Stephen Wiltshire (bijnaam: “the living camera”) die zijn eigen kunstwerken in London verkoopt. Hij heeft een duidelijk extreem sterk ontwikkeld fotografisch geheugen waardoor hij vanuit een helikopter na één rondevlucht de skyline van London of andere grote steden tot in groot detail kan natekenen. Zie hieronder de link naar een YouTube filmpje over Stephen: het is echt verbazingwekkend! 

Link naar YouTube filmpje over Stephen Wiltshire 

Echter, als je denkt dat ons geheugen een camera is dan heb je het mis. Ook Stephen’s opslagproces werkt niet als een camera: ook hij vergeet enkele details. Maar de hoeveelheid details die wél kloppen bij hem zijn ontstellend groot. En niemand die weet hoe hij dat allemaal kan onthouden.

Mensen met het savantsyndroom, zoals dit tegenwoordig heet, kunnen verbazingwekkend veel. En het zegt veel over wat onze hersenen in principe allemaal op kúnnen slaan. Niemand weet exact hoe het allemaal werkt maar er zijn wel een paar bijzonderheden. Bij een Savantsyndroom werken de hersenen niet op een gezonde normale manier: vaak kunnen dergelijke mensen slechts een paar zaken buitengewoon goed. Kijk maar naar de film Rainman, gebaseerd op een echte Amerikaanse savant. Vele andere functies die nodig zijn om in de echte wereld te overleven en jezelf te redden kunnen ze vaak niet. Het zelf regelen van hun financiën, boodschappen doen, zorgen voor kinderen, autorijden, al dat soort gewone zaken kunnen zij vaak niet. Het lijkt wel alsof de extreme specialisatie van hun hersenen op enkele gebieden zoals rekenen, tekenen of onthouden van muziekstukken, ten koste is gegaan van de ontwikkeling van andere gebieden. MRI-studies tonen in ieder geval aan dat vele idiot savants een extreem beter ontwikkeld achterste gedeelte van de rechterhersenhelft hebben dan gezonde mensen. Dat verklaart het zeer sterk visueel detailgerichte en dat ze vaak ook een zwakke taalontwikkeling hebben (met hele eenvoudige zinnen). Hun genetische afwijking van hun brein zorgt er dus voor dat hun opslagproces fabuleus werkt, al is het vaak maar op één specifiek ding gericht. Echte bewuste strategieën gebruiken zij dus niet. Dat hebben ze niet alleen niet nodig, ze kúnnen het ook niet. Daarvoor zijn hun frontaalkwabben, die ook hun volledige zelfstandigheid in dit leven regelen, onvoldoende ontwikkeld.


Proces nr 2: het actief herinneren

Na dit fabuleuze intermezzo over een extreem goed geheugen terug naar de normale geheugenprocessen. Ik besprak al het normale opslagproces waarbij het van belang blijkt het opslagproces strategisch te beïnvloeden om zoveel mogelijk informatie op te slaan. Echter, dan ben je er nog niet. Je kunt wel erg veel opgeslagen hebben in je LTG maar dat wil nog niet zeggen dat je het ook allemaal kan herinneren. Immers, je moet het ook weer terug kunnen vinden. Het herinneringsproces lijkt namelijk heel eenvoudig maar wetenschappers snappen nog steeds niet goed hoe het precies kan werken. Uit zeer veel opgeslagen informatie moet je de juiste info terug kunnen vinden. Net alsof je in een zeer grote bibliotheek bent en daar slechts 1 boek moet terugvinden. Dit terugvinden, dit herinneren kan alleen maar werken met behulp van geheugencues. Dat zijn vaak informatie-eenheden die gekoppeld zijn aan datgene wat je wilt ophalen/terugvinden. Het is nu van belang dat je je WG vult met voldoende goede cues. Op deze manier triggeren deze cues de juiste informatie, ze ‘vissen’ als het ware in de grote zee (LTG) naar de juiste vissen (informatie). Ook dit herinneringsproces vereist de nodige flexibiliteit en creativiteit. Zonder goed functionerendeexecutieve functies zul je niet goed zijn in het opdiepen of actief herinneren van informatie, opgeslagen in je LTG. In onderstaand figuur heb ik dit herinneringsproces proberen uit te beelden.

Het kan dus goed zijn dat het actief herinneren door meerdere oorzaken niet goed verloopt. Eén daarvan kan dus zijn dat er onvoldoende actief de juiste cues worden gegenereerd. Het initiatief hiertoe kan gestoord zijn. Maar het flexibele en creatieve denken hiervoor kan ook aangetast zijn. Maar stel dat dit allemaal wél goed verloopt? Dan kan het toch nog zijn dat de verbinding tussen de cue en het juist te herinneren woord niet sterk genoeg is gevormd, bijvoorbeeld omdat de lijmstof niet sterk genoeg was. Maar het kan ook zijn dat de verbinding tussen de cue en de op te halen informatie niet zo sterk is als de verbinding tussen de cue en ándere informatie. Zo kan het zijn dat het WEILAND veel te sterk verbonden is in het LTG met bijvoorbeeld VARKEN of HOOIBERG. Beelden van varkens en hooibergen komt dan op in het WG zodat beelden van Koeien en Melk helemaal niet meer op komen.

Andere voorbeelden van actief herinneren is het herinneren van intenties, van zaken die je zojuist had voorgenomen te doen. Het voorbeeld van het lopen naar de keuken op het moment dat de reclame verschijnt tijdens een spannende speelfilm, had ik al gegeven. Aangekomen bij de keuken weet je niet meer wát je wilde gaan doen. Je kunt dan weer teruglopen en opnieuw naar de keuken toelopen. Grote kans dat het je dan wel weer te binnen schiet wat je wilde doen in de keuken. Ook helpt het om rond te kijken in de keuken. Deze strategieën werken omdat ze je WG vullen met allemaal mogelijke cues. Jouw intentie is namelijk opgeslagen op het moment dat je van de bank op stond en naar de keuken wilde lopen. Vaak is deze intentie dus gekoppeld aan iets dat je op TV zag, of aan de woonkamer waar je zat. Het weer opnieuw opstaan en lopen vanaf die plek waar je je intentie in je WG stopte, veroorzaakt dat je WG weer met de informatie wordt gevuld die ook aanwezig was toen je de intentie maakte. De kans dat je dan je intentie uit het geheugen kan vissen, met behulp van informatie uit je omgeving, is heel groot.

Werkgeheugen training: zinvol of niet?

Er is de laatste jaren veel te doen over een nieuw soort functietraining: het trainen van het werkgeheugen. Met name de Deense professor Torkel Klingberg timmert er mee aan de weg. Met enkele studies toonde hij de effecten van deze training aan. Maar is dat ook zo? Lange tijd lang dacht men dat de capaciteit van het WG (7 ± 2 eenheden) niet veranderbaar was. Klingberg geloofde dat niet en maakte een trainingsprogramma dat kennelijk deze capaciteit van het WG kan uitbreiden. Feitelijk is het eenaandachtstraining omdat het WG vrijwel gelijkwaardig is met het concept aandacht. Deze aandachtspanne zou volgens Klingberg uit te breiden zijn. Aan het begin van deze pagina heb ik al uitgelegd dat onze WGcapaciteit wisselend van grootte is. Met andere woorden: onze aandachtspanne is wisselend. Dat is natuurlijk al eeuwen bekend. Het is ook bekend dat intensievemeditatietraining, in feite een aandachtstraining wel degelijk de hersenen kunnen veranderen in positieve zin. Theoretisch (en dus ook praktisch) lijkt het te kunnen kloppen dat het WG qua capaciteit iets groter kan worden als je het maar traint. Klingberg beweert echter dat de effecten in het dagelijkse leven groot zijn. En juist dát is niet zo goed of uitgebreid onderzocht. Daarvoor zijn veel meer studies nodig die én goed gecontroleerd zijn én veel grotere groepen patiënten gebruiken. De meest gunstige effecten van de WGtraining zoals Klingberg die promoot zijn vooral bij kinderen gevonden. Niet zo verwonderlijk want vrijwel alle trainingen werken bij kinderen altijd beter dan bij volwassenen. Hun hersenen zijn namelijk veel flexibeler en veel meer op leren ingesteld dan dat van volgroeide volwassen hersenen. Meer over de WGtraining van Klingberg op mijn pagina over Aandachtstrainingen.

Samengevat: is geheugentraining echt zo simpel?

Jazeker. Als je bovenstaande tips opvolgt dan is de kans groot dat je veel beter bepaalde zaken gaat onthouden en herinneren. Het meer aandacht en tijd besteden aan het onthouden van iets (geheugenhygiëne) zal zeker al leiden tot beter onthouden.

Cognitieve strategieën om beter te onthouden kosten veel tijd en moeite. Je hoogste functies, de zogenaamde executieve functies moeten dan goed werken. Je hebt ze met name nodig als je veel informatie moet gaan onthouden. Hierbij moet je je wel afvragen of deze tijd en energie werkelijk de moeite waard is. Het zal je namelijk geen uitstekend geheugen gaan bezorgen. Verstandiger lijkt het om te compenseren voor je zwakte in het onthouden door het jezelf gemakkelijker te maken. Dus het gebruik van elektronika raad ik zeer aan. Zelf gebruik ik met veel plezier de Nokia E71, maar evengoed kun je de BlackBerry en de Iphone gebruiken. Als deze smartphones maar een goede uitgebreide agenda functie hebben en goed bedienbaar zijn. Ik raad dan meestal wel voor patiënten een QWERTY-toetsenbord aan.

Veel boeken hebben hele leuke methodes om je aan te leren. Maar veel methodes kosten echt veel energie om aan te leren en het zal je kwaliteit van leven niet veel verhogen. Zeker niet voor diegenen die al ernstige geheugenstoornissen hebben. Daarvoor zijn zulke boeken absoluut niet geschikt.

Ik had beloofd dingen te vertellen die niet altijd in boeken staan. Misschien zijn het niet de tips die je wilde horen. Maar het is wel de werkelijkheid. Het is gebaseerd op ervaringen van patiënten die ik begeleid heb met hun hersenletsel, met hun geheugenstoornissen. Zij zijn het die mij hebben laten zien hoe het werkelijk is als je geheugenproblemen hebt. En wat werkelijk helpt en niet. Ondanks al die mooie studies en boeken.

 


Wat vindt u van deze pagina? Vul uw commentaar hier s.v.p. in.

Please note that all fields followed by an asterisk must be filled in.

Please enter the word that you see below.

  


 

Ga terug van Geheugentraining naar Homepage Nederlands 


Ga naar mijn praktijk website 3z-psychologie 


Read here about all disclaimers relevant to this site:

LegalDisclaimers.html


If you want you can follow me on Twitter. I usually tweet in a serious way: whenever there is any news to share, being either about brain injury, emotional problems, abnormal behavior or other morality issues. Click on the link below:

Als u wilt kunt u me ook op Twitter volgen. Ik tweet eigenlijk alleen serieuze zaken, of dat nu nieuws is over hersenletsel, emotionele problemen, abnormaal gedrag of andere ethische zaken. Klik op onderstaande link:

https://twitter.com/fckovacs

Eén van de beste en leukste boeken over geheugentraining!