Hersenletsel verandert je emoties en doet stress toenemen

Emoties zijn niet alleen essentieel in het leven, ze geven ook de kleur eraan. Zonder ze zou het leven maar erg saai zijn. Maar ook zou je informatie verwerking veel meer fouten maken. Emoties werken namelijk nauw samen met je cognitieve informatieverwerkende systeem om jezelf, de wereld en anderen te sturen. Hersenletsel kan dit alles behoorlijk veranderen.

Eén van de meest gehoorde klachten van familieleden van mensen met een hersenletsel is dat zij nogal veranderd zijn, in hun gedrag of emoties. Over het algemeen bedoelen zij daar iets negatiefs mee: minder emotioneel stabiel. Was iemand vóór het hersenletsel een rustig en stabiel persoon, ná het letsel kunnen er plotselinge woede-uitbarstingen of angstaanvallen zijn. De controle over dergelijke aanvallen lijkt verminderd te zijn. Het lijkt er net op alsof iemand meer stress heeft en het allemaal niet meer aan kan.


De 4 basisemoties en controle

Wetenschap stelt steeds dat er 6 basisemoties zijn: woede, angst, verdriet, blijdschap, walging en verbazing. In feite was het slechts één wetenschapper Paul Ekman (zie wikipedia) die dit verzon op basis van zijn studies wereldwijd naar gezichtsuitdrukkingen. Omdat er 6 verschillende basis gezichtsuitdrukkingen werden gevonden, ging hij er vanuit dat er ook 6 basisemoties zijn. Als je er dieper over gaat nadenken dan zijn er slechts 4: angst, verdriet, boosheid en vreugde. Walging en verbazing zijn aspecten van angst (hoewel verbazing ook een aspect van vreugde kan zijn).

Als je goed kijkt heeft de natuur ons opgezadeld met 75% negatief getinte emoties: angst, verdriet en boosheid. Blijheid komt het minste voor. En dat is eigenlijk relatief eenvoudig te verklaren, evolutionair gezien. Stel je in de wilde natuur maar eens een groep leeuwen voor. En die zijn door een genetisch defect allemaal constant blij. Hoe lang denk je dat deze groep leeuwen gaat overleven? Denk je dat een blije leeuw gaat zitten jagen op een gazelle? Natuurlijk niet. Daarvoor is namelijk agressie (boosheid) nodig. En als je dat niet hebt, dan kun je niet moorden om te eten. Dus: deze hele blije groep leeuwen overleeft het niet lang. De groepen leeuwen die het wel overleven zijn diegenen die voldoende agressie en angst kennen. Immers, angst is een goede waarschuwer voor gevaar, mits het niet téveel angst is. En agressie is een goede voor het zorgen voor eten, mits het ook weer niet teveel is.

De natuur heeft ons ook opgezadeld, en andere diersoorten, met het feit dat angst de hoofdemotie is. Immers, door angst ben je in de wilde natuur meer op je hoede, voorzichtiger en zul je ook eerder overleven. Mits de angst niet de overhand krijgt, want dát zou je verlammen.

Want hoewel gevoelens erg nuttig zijn en zelfs noodzakelijk om te kunnen overleven, hebben wij als mensen een wat lastige taak: om onze gevoelens de ‘baas’ te blijven. Daarmee bedoel ik dat we vanaf onze geboorte moeten leren onze emoties te sturen zodat zij niet de overhand krijgen. De intensiteit van onze emoties moet altijd schommelen tussen de extreme waarden in, dus zeg maar gemiddeld een 5 op een schaal van 1 t/m 10. Stel je maar eens voor dat je constant bang bent, een 9 op een schaal van 1-10. Dat is niet alleen onplezierig, dat is zelfs vernietigend voor jezelf. Je doet dan namelijk niet veel meer, ben vrijwel constant volledig in paniek. Dat verlamt je leven enorm. Mensen met een zogenaamde gegeneraliseerde angststoornis zijn bang voor vrijwel alles en doen daarom ook weinig meer. Of mensen met intens verdriet, zó hevig dat zij niet eens meer kunnen huilen maar ook hun bed niet meer uit komen om te eten of te bewegen.

Ik werk met een simpele formule als het gaat over emoties:
gevoel = emotie + gedachte
Het controleren van je gevoelens is in principe goed mogelijk en te leren door je gedachten te leren beheersen. Of gedachten nu heel bewust beleefd worden, of meer automatisch opkomen, dat maakt allemaal niet uit. Gedachten zijn dé sleutel tot het beheersen van je emoties. Op mijn pagina over Emoties en stress wanneer je gezonde hersenen hebt, zal ik meer uitleggen over mijn model die een relatie legt tussen gedachten, gevoelens, stress en je hersenen.

Een gevoel is iets bewusts, althans het kán en wordt normaliter bewust ervaren door mensen. Wel bestaan er genoeg mensen die hier moeite mee hebben en gevoelens niet zo goed kunnen ervaren. Een emotie is de lichamelijke uitdrukking van een gevoel, het is eigenlijk een beweging in ons lichaam: zweten, hart kloppingen, bloed doorstroming, toegenomen neurotransmitters zoals serotonine of adrenaline, bloeddruk schommelingen. Deze lichamelijke bewegingen of veranderingen worden gecontroleerd door ons vegetatieve of autonome zenuwstelsel. Dat gedeelte van ons zenuwstelsel dat onbewust=automatisch verloopt zonder dat wij daar direct bewust mee bezig zijn. Een idee of gedachte tenslotte, is een cognitie, iets van ons informatieverwerkend systeem, van onze neocortex (grote hersenen). Een gedachte kan een idee zijn uitgedrukt in woorden, of meer een halfbewust soort van ‘vaag idee’, of een beeld. Ik ben ervan overtuigd geraakt dat de formule gevoel=emotie+gedachte een akelig goede weergave is van onze innerlijke belevingswereld. Het is in ieder geval een zeer bruikbare formule omdat dit de basis vormt voor vele succesvolle psychotherapieën en voorlichting over de menselijke ‘geest’, over het menselijk brein.


Cognitie en de controle over ons emotionele brein

Cognitie is een duur woord voor onze ideeën of gedachten, meer bewust of onbewust (automatisch). De filosofie dat alleen gedachten onze emoties kunnen beheersen is erg oud en gaat zeker zo ver terug als in de tijd van de Griekse filosofen. Maar volgens mij hadden de Perzen en de Chinesen (Confucius, 5e eeuw voor Christus) ook al dergelijke denkbeelden.

Voordat ik kan uitleggen hoe de controle over onze emoties plaats vindt, moet ik eerst een model schetsen van ons emotionele systeem. Er is een drie-eenheden-brein-model van MacLean (1970), gebaseerd op 3 lagen in onze hersenen. Lagen die niet echt letterlijk zo bestaan maar door MacLean zo worden onderverdeeld. Het gaat hierbij om:
1. proto- of ook wel het reptielenbrein genoemd: ruggemerg, hersenstam, di-encephalon en de basale kernen welke alle erfelijk geprogrammeerde overlevingsgedragingen controleren. Naast alle basis lichamelijke functies zoals hartslag, ademhaling, lichaamstemperatuur, spijsvertering en dergelijke.
2. paleo- of ook wel zoogdierenbrein bestaande uit een zogenaamd ‘limbisch systeem’: een samenraapsel van de amygdala, hypothalamus en hippocampus. Deze genereren zelf-bewustzijn en adaptieve (goed voor de overleving) emoties.
3. neo-zoogdieren of ook wel de neo-cortex, het mensenbrein genoemd. Dit breingedeelte is waar planning, inzicht, rede, taal, probleemoplossend vermogen, visuoruimtelijke waarneming vooral worden geregeld.

Natuurlijk is dit model een vereenvoudiging van de werkelijkheid, zoals elk model. Maar het is wel gebaseerd op feiten en inzichten uit de evolutietheorie en de evolutionaire ontwikkeling van de menselijke hersenen. Het is belangrijk om te beseffen dat onze ‘menselijke’ (hoogste) hersenen gebouwd zijn op en opgebouwd zijn uit oudere, primitieve hersendelen. We zijn dus in feite gebouwd op ons emotionele brein met al zijn lusten (vreugde, sex) en ‘primitieve’ basisemoties.

Dit gebouwd zijn op ons emotionele brein kan iedereen ervaren als we hevig geëmotioneerd raken en onze angst of verdriet het geheel over gaat nemen van onze neocortex. Onze informatieverwerking valt dan acuut terug in een basis-toestand, een soort reflexmatig en oer-instinctmatig gedrag. In speelfilms of docudrama’s is dat soms goed te zien als een volwassene in hevige angst in een hoekje van de kamer ineenkrimpt, de foetushouding aanneemt en met zijn duim in de mond alleen nog maar roept: ‘mama, mama’. Dit is instinctmatig gedrag onder stress en is over alle culturen heen terug te vinden.

Dergelijke emotionele uitbarstingen kunnen wij alleen beheersen als onze cognitieve functies goed ontwikkeld zijn en voldoende getraind zijn. Dat is ook de reden dat wij auto kunnen rijden met 150 km/uur. Als het aan ons emotionele brein lag, dan zouden we deze snelheid niet aankunnen omdat het hevige angst kan doen veroorzaken. Stel je een Neanderthaler voor naast je op de passagiersstoel die in je auto 150 km per uur gaat rijden. Hij weet niet wat ‘m overkomt! De kans is heel groot dat hij in volledige paniek raakt. Waarom? Het enige dat hij kent is hard lopen en met het harde lopen weet hij dat dit gevaarlijk is. Hard lopend tegen een boom of rots aanbotsen is erg gevaarlijk. Zo heeft ie zijn buurman verloren, ooit :). Als hij nu geconfronteerd wordt met voorwerpen uit de omgeving die keihard op hem afvliegen, dat zal hem kunnen vervullen met angst, paniek zelfs. De andere reactie is ook goed mogelijk: dat hij helemaal niet angstig wordt maar juist stomverbaasd is. Juist omdat hij dit totaal niet kent, is er mogelijk nog geen koppeling met angst. Een beter voorbeeld zou dan bungee-jumpen zijn. Omdat een Neanderthaler wel een valpartij vanaf een hoogte kent – en daar terecht bang voor is -, zal een sprong met een bungeekoord hem doodsbang maken. Hij weet namelijk niets van elastiek, zal ook niet snappen dat hij daarmee de grond niet zal raken.

Terug naar het voorbeeld van het autorijden op hoge snelheid en het controleren van onze emoties. Geloof je niet dat tijdens het rijden met 150 km/uur jouw angstniveau is gestegen? Denk je dat angst geen rol speelt dan? Dat lijkt wel zo, maar is niet waar. Stel je dan maar voor dat diegene die zo hard rijdt jou verklapt dat hij geen rijbewijs heeft en een paar uur geleden heeft geleerd hoe zo’n auto te bedienen en het gaspedaal in te drukken. 100% zeker dat je angst plotseling wél merkbaar is. De reden dat wij auto kunnen rijden met zo’n hoge snelheid is dat wij onze emotie angst, wat een volstrekt begrijpelijke emotie is als je met een auto 150km/uur raast, beheersen door middel van onze gedachten. Tijdens het rijden zijn er verschillende van deze cognities=gedachten actief. Eén daarvan is: de auto is veilig en betrouwbaar. Een ander is: ‘de bestuurder kan goed autorijden’. Vaak zijn dergelijke gedachten ‘onbewust’. Ik gebruik dit meest misbruikte woord (onbewust) liever niet omdat het niet goed aangeeft wat we bedoelen. Wat ik bedoel is dat we lang niet altijd zo duidelijk (bewust) stil staan bij onze gedachten. Ons aandachtssysteem kan er maar een paar tegelijk hebben, waar we ons ‘bewust’ van zijn. De rest van al onze ideeën, gedachten, beelden, associaties, hoe je het ook allemaal wilt noemen, zijn weliswaar aanwezig maar in de achtergrond (om het zo maar eens uit te drukken).

Met dit voorbeeld wil ik 2 dingen duidelijk maken: dat we áltijd gedachten en emoties hebben, bij alles wat we doen. Ook als je dit stuk aan het lezen bent heb je op dit moment actieve gevoelens en gedachten. Ten tweede, onze emoties zijn nauw verbonden aan onze gedachten, samen vormen ze dus gevoelens. Dus als hersenletsel onze gedachtengangen, onze informatieverwerking verstoort, is het ook logisch dat onze emotionele controles en onze gevoelens aangetast raken. Het wordt dan meestal ook moeilijker onze emoties te beheersen. Dat zie je ook terug in de klinische praktijk: hersenletselpatiënten kunnen hun gevoelens minder goed controleren/beheersen dan ‘gezonde’ mensen. Óf bepaalde gevoelens zijn veel (sneller) intenser geworden, óf juist veel meer gedempt. The ins en outs van deze veranderingen zijn nog altijd niet geheel duidelijk, maar het lijkt wel iets te maken te hebben met veranderingen in onder meer de neurotransmitterhuishouding in het brein.

Nogmaals, hoe dit allemaal exact werkt is niet duidelijk. Wel weten we inmiddels dat als je chemicaliën toevoegt, bijvoorbeeld door drugs te gebruiken (legaal: dan noemen we ze medicijnen, of illegaal en dan heten ze heroïne, cocaine), dat dan je emoties heftig kunnen veranderen (ten positieve of ten negatieve).

Het belangrijkste om hier te onthouden is dat de normale controle over onze emoties vaak wordt verminderd door een hersenletsel of hersenbeschadiging. Helaas wordt binnen de psychiatrie of psychologie nog altijd gesproken overdoorbraak van impulsen. Wat mij betreft een volledig onterechte benaming van wat er werkelijk plaats vindt in onze hersenen. Met impulsen worden namelijk gewoon basisemoties zoals lust, agressie, verdriet of blijdschap bedoeld. Deze hebben we altijd en de grootste misvatting is dat dergelijke emoties altijd op het punt staan ‘door te breken’. Dit is gebaseerd op een ouderwets model van onze hersenen, namelijk het ‘stoom-metafoor-model uit begin 20ste eeuw. Freud met name dacht dit. Emoties zijn géén stoom! In mijn pagina’s over emoties, stress en het normale brein zal ik veel meer uitleg geven over hoe het gewone menselijke brein eruit ziet en hoe gevoelens, emoties en gedachten gezien kunnen worden.


Voorbeelden van ongecontroleerde gevoelens na hersenletsel

De meest voorkomende gedragingen na een hersenletsel zijn ongecontroleerde, onbeheerste emotionele uitbarstingen zoals woede: hevig vloeken, gooien met dingen, en soms zelfs slaan (vaak bij mannen). Paniekaanvallen zijn ook mogelijk. Beide basisemoties, angst en agressie, zijn vaak aanwezig na een hersenletsel. Ook logisch want agressie is vaak een zelfbeschermende emotie die vooral opkomt als er onzekerheid of angst speelt. Dergelijke boosheid zorgt er vaak voor dat iemand met rust wordt gelaten en dat is dan precies de functie van de woede-aanval. Bovendien zorgt het op dat moment voor meer zelfvertrouwen.

Wanneer boosheid wordt verminderd, op welke manier dan ook, dan zie je altijd 2 onderliggende gevoelens boven komen: ofwel angst ofwel verdriet. Bij kleine kinderen kun je dit goed zien: als zij graag een snoepje willen kunnen ze dit kwaad aan mama vragen. Als mama vervolgens voet bij stuk houdt en het snoepje niet wil geven, kan zo’n kind gaat huilen. De kwaadheid is dan verminderd en het onderliggende gevoel van verdriet komt boven. Als bij woede-beheersing niet wordt ingegaan op deze 2 onderliggende gevoelens zal het niet gaan werken. Vaak wordt er geleerd de boosheid te kanaliseren of te verleggen maar dat is niet de juiste aanpak van woede.

Een andere reden dat gevoelens niet goed beheerst kunnen worden na hersenletsel is vermoeidheid. Iedereen weet wel dat wanneer je vermoeid bent, jouw informatieverwerking minder is én je controle over je gevoelens ook. We raken dan veel sneller geïrriteerd of angstig. Omdat hersenletsel veel sneller leidt tot vermoeidheid en overbelast zijn, zullen angst of verdriet sneller opkomen. Om je daar weer tegen te beschermen zal boosheid sneller boven komen.

Je kunt je voorstellen dat wanneer iemand minder controle heeft over zijn eigen situatie, zijn toekomst of zijn omgeving, door verminderde informatieverwerking (b.v. slechtere concentratie of geheugen), dan zullen gevoelens zoals verdriet of angst sneller komen. Stress zal sneller hoger zijn. En het niet goed kunnen beheersen van zulke gevoelens kan al sneller leiden tot nog meer stress en met name angst. Daarom is een goede uitleg over ons emotionele systeem en hoe het allemaal werkt in ons hoofd erg belangrijk. Ook voor familieleden. Zie daarvoor de pagina’s Emoties, stress, en het normale brein. Op de pagina’s over cognitieve revalidatie zal ik ook meer uitleggen hoe je emoties na een hersenbeschadiging meer kunt leren beheersen. 


What do you think of this page? Please give your comments

Please note that all fields followed by an asterisk must be filled in.

Please enter the word that you see below.

  

Ga terug van Emoties stress hersenletsel naar Homepage Nederlands 


Ga naar mijn praktijk website 3z-psychologie 


Read here about all disclaimers relevant to this site:

LegalDisclaimers.html


If you want you can follow me on Twitter. I usually tweet in a serious way: whenever there is any news to share, being either about brain injury, emotional problems, abnormal behavior or other morality issues. Click on the link below:

Als u wilt kunt u me ook op Twitter volgen. Ik tweet eigenlijk alleen serieuze zaken, of dat nu nieuws is over hersenletsel, emotionele problemen, abnormaal gedrag of andere ethische zaken. Klik op onderstaande link:

https://twitter.com/fckovacs