Hobbies zoals balspelen: honkbal, tennis, squash, golf, voetbal

De meeste mensen hebben hobbies, activiteiten die we leuk vinden om te doen. Hierbij maakt ons brein, onze hersenen, fouten die dagelijks vóór komen en beschouwd kunnen worden als normaal. Het maken van zulke fouten betekent niet automatisch dat je brein beschadigd is of begint af te takelen. Echter, áls zulke fouten iedere dag veel voorkomen en het soort fouten toch wel behoorlijk ernstig is, dán heb je misschien redenen om je zorgen te maken. Hieronder zal ik voorbeelden geven van ‘normale’ hersen-fouten die je zullen helpen een onderscheid te maken tussen gewoon plezier hebben en je terecht zorgen maken over zulke fouten.

Laat ik eens beginnen met hobbies die te maken hebben met ballen (begrijp me niet verkeerd), groot of klein. Wat hebben je hersenen met zulke spelletjes te maken? Nou, je hebt bijvoorbeeld een goed ontwikkelde visuele waarneming nodig. Iedereen denkt dat je ziet met je ogen maar die zijn slechts hulpmiddelen om de 1e fase van het waarnemen goed te regelen: scherp en kleuren zien. Je ziet allereerst scherp, vormen, achtergronden, kleuren, posities en dieptes en beweging (vrijwel alles hier gebeurt al in verschillende lagen in je hersenen). Als je hersengebieden, die dit alles regelen, goed ontwikkeld zijn door bijvoorbeeld training, dan kun je deze balspellen op een hoog niveau spelen.

Vogels kijken

Bijvoorbeeld, ik keek veel naar vogels toen ik 8 á 11 jaar was (een echte vogelaar). Het struinen in bossen met een echte verrekijker 8x30 leerde mij al heel snel vele vogels te ontdekken in de takken. Dergelijke visuele waarnemingstraining (toen hadden we nog geen Nintendo DS-en of Xboxen) helpt bepaalde hersengebieden (pariëto-occipitaal: plaatsbepaling achter, hoog-achter in je hoofd) zich erg goed te ontwikkelen. Dat is één van de redenen dat ik veel beter ben in het spelen van tennis dan mijn vriendin, ahum. Bovendien kan ik nog altijd veel sneller een vogel ontdekken in de struiken of de bomen dan iemand die dat nooit heeft gedaan.

Tennis

Ditzelfde geldt bijvoorbeeld ook voor een jong kind dat tennis leert. Deze tennistraining ontwikkelt bij het kind enkele hersengebieden meer dan normaal. Zo kan het kind veel sneller kleine balbewegingen leren opmerken en dus ook beter leren de snelheid van de bal in te schatten. Want het retourneren van een tennisbal lijkt eenvoudig maar is uiterst complex. Ik ken nog geen enkele robot die dit zo goed kan als een mens. Allereerst moet namelijk de snelheid van de bal berekend worden zodat je weet wanneer je je tennisracket naar achteren moet trekken. Dit soort ‘planning’ vereist meerdere hersengebieden die nauw samen moeten werken om ervoor te zorgen dat je exact op hetzelfde juiste moment de aankomende bal correct slaat. Hierbij zijn de voorste delen van je hersenen (motorische planning), de hoog-midden delen (motoriek) en de achterste gebieden (waarneming) betrokken.

Mensen onderschatten hoeveel de hersenen bij een simpele balreturn betrokken zijn. Totdat zij bijvoorbeeld 20 keer achter elkaar een tennisbal correct moeten retourneren (b.v. tijdens training). Dan valt het o zo tegen. Natuurlijk, je moet ook in goede lichamelijke conditie zijn om dit te kunnen. Maar het meest belangrijke is wel dat je hersenen goed moeten werken. Als test dat je hersenen het meest belangrijke zijn bij het retourneren van een tennisbal, kun je de berekeningen (informatieverwerking) van je hersenen storen door bijvoorbeeld een liedje te gaan zingen compleet met alle tekst tijdens het 20x retourneren van een tennisbal. Wedden dat het je niet goed lukt (óf het zingen wordt een ramp, óf het tennis)? Deze test zal laten zien dat het niet zo heel veel met je spieren of met je conditie te maken heeft dat je goed tennis speelt…maar vooral met je brein.

Probeer ook maar eens een goede partij tennis te spelen als je enkele nachten al niet meer hebt geslapen. Of wanneer je al de nodige alcohol op hebt. Als je hersenen niet zo betrokken zouden zijn bij het spelen van tennis, dan zou je toch gewoon goed tennis kunnen spelen in zulke omstandigheden? 

Honkbal

Wanneer een pitcher de bal naar je toe gooit en jij staat te wachten met je honkbalknuppel om deze bal zo hard mogelijk te raken, dan is je brein aan het koken. Het moet de bewegingen en de snelheid van deze bal zodanig berekenen dat jij precies weet (onbewust) hoe je je knuppel moet slaan. Je hersenen doen dit door in feite foto’s te nemen van de bal, snel achter elkaar, en de bal dan te vergelijken met zijn achtergrond (met groen gras, stadion). Hoe contrastrijker de achtergrond, dus hoe meer de bal afsteekt tegen deze achtergrond, hoe beter zijn snelheid berekend kan worden. Probeer maar eens een witte honkbal te slaan tegen een achtergrond van een witte zaal (witte muren, witte grond). 

Een andere simpele test om te bewijzen dat je hersenen in sterke mate afhankelijk zijn van een correct zicht op de achtergrond én de bal, is een honkbal te slaan met een stroboscooplamp in een donkere zaal. Je zult dan slechts onderdelen van de bal en zijn weg zien, en dat is veel te weinig om heel snel een goede berekening van de snelheid van de bal en zijn positie te kunnen maken. Gegarandeerd dat zelfs een professionele honkbalspeler de bal onder deze omstandigheden niet eens gaat raken. Dat zou misschien wél lukken als de bal heel langzaam gegooid wordt, of als de stroboscoop heel snel wordt ingesteld zodat er voldoende beelden binnen komen in je hersenen om een goede berekening van zijn snelheid en positie te maken.

Wii en balspellen: bewustzijn en het automatische brein

Je kent vast en zeker wel het honkbalspel op de Nintendo Wii. De eerste keren dat ik probeerde een honkbal te raken met mijn honkbalknuppel (controller), miste ik deze volledig. Ook al had ik in geen jaren meer honkbal gespeeld, vroeger was ik wel aardig goed in het raken van deze bal. Dus zou dit ook op de Wii wel weer moeten kunnen, dacht ik. Op de Wii moeten mijn hersenen op basis van de beelden op het TV-scherm berekenen hoe snel de bal op mij af komt, en in welke positie. Natuurlijk zijn deze beelden wat minder helder en scherp dan in het echt. Maar…met een beetje oefening lukte het me eindelijk de bal te raken. Mijn hersenen hadden zich aangepast en correcte berekeningen gemaakt. Automatisch, onbewust.

Maar er was nóg iets heel interessants met dit Wii spel… Op het moment dat ik me ging concentreren op mijn gevoel hoe de knuppel vast te houden en te bewegen, ging het slaan veel beter! De Wii-ontwikkelaars hadden kennelijk erg goed gekeken naar hoe er werkelijk geslagen moet worden met een honkbalknuppel om de bal goed te raken. Ik heb een collega op het revalidatiecentrum, die erg goed in allerlei sporten is en sportlessen geeft, of hij dit ook had ervaren. Inderdaad: het focussen op je gevoel van de juiste bewegingen, maakte dat je de bal in het Wii-spel beter kon raken. Hoe zit dat?

Nou, dat is iets dat zeer geoefende sporters, professionals eigenlijk al wel weten: áls je je bewustzijn teveel gebruikt bij bewegingen dan gaat het minder goed met je spel. Teveel bewuste focus (aandacht) op je bewegingen hindert de snelheid én nauwkeurigheid van deze bewegingen. Deze bewuste aandacht is namelijk veel trager dan de zogenaamde automatische informatieverwerking. Dit laatste is veel sneller, nauwkeuriger, betrouwbaarder dan gecontroleerde (bewuste) informatieverwerking. 

Neem nu traplopen: wanneer je probeert je heel bewust te zijn van hoe je je voeten zet tijdens het traplopen, neemt de kans dat je van de trap valt sterk toe (probeer dit dus niet als je hoog op een trap staat!). Traplopen is namelijk een zeer geautomatiseerd proces van allerlei vaste standaard bewegingen met je heupen, benen en voeten. Het inbreken in deze geautomatiseerde processen door middel van je bewustzijn is niet slim, zelfs gevaarlijk. Dat is ook de reden dat een doelman bij voetbal een bal beter kan stoppen als hij vertrouwt op zijn automatische reflexen, dan wanneer hij bewust gaat zitten nadenken wat te doen. 

Pistool schieten

Dezelfde factoren spelen ook bij het pistool schieten. Ik ben veel beter in het schieten (veel nauwkeuriger) wanneer ik mijn onbewuste hersenen hun gang laat gaan en probeer te relaxen, aan niets te denken. Zodra ik er teveel bij ga nadenken, ga ik teveel deze automatismen storen. Dit geldt natuurlijk alleen als ik redelijk geoefend ben in het schieten (waardoor er überhaupt automatische patronen/bewegingen in mijn brein aanwezig zijn voor het schieten). Datzelfde geldt ook weer bij het Wii spel Play waarbij ik het schietspel speel: ik schiet veel beter als ik automatisch richt op de eenden of de blikjes. Het is eigenlijk hetzelfde als 'op je gevoel afgaan', iets dat je vaak van een sportleraar of trainer hoort. Dat ‘gevoel’ is eigenlijk niet zozeer een gevoel maar een overgeleerd automatisch patroon (automatisme of routine) dat precies weet hoe en wanneer je allerlei bewegingen moet maken. 

Golf

Hetzelfde verhaal geldt ook bij golf. Een perfecte golfslag krijg je ook vooral wanneer je niet denkt, maar wanneer je je geoefende bewegingen automatisch laat gebeuren. Hoe meer je nadenkt tijdens een swing hoe slechter je de bal raakt. Het is soms beter je te concentreren (bewust) op wáár je de bal wilt hebben dan dat je gaat nadenken over hoe je de bal (die voor je ligt) wilt raken. Natuurlijk geldt hier ook weer dat je wel eerst hebt moeten oefenen met je juiste houding, positie en hoe je je club vasthoudt. Pas wanneer deze randvoorwaarden kloppen en vaak geoefend zijn, kun je je vertrouwen op deze automatische procedures/routines. Dán pas geldt: maak je hoofd leeg, denk niet na over andere zaken en focus je op je einddoel. Teveel bewuste druk (bijvoorbeeld de gedachte: “ik moet het dit keer goed doen”) zal het automatische proces gaan verstoren. Dáárom werkt mindfulness ook bij een golfslag zo goed.


De beste sporters hebben de meeste rust....in hun brein

De beste balspelers ter wereld hebben een excellente hersenconditie en kunnen mediteren: zich focussen op 1 ding zodat ze feitelijk niet bewust nadenken over van alles en nog wat. Op het moment dat zij moeten slaan, denken zij niet teveel maar vertrouwen zij op hun ‘gevoel’, op hun automatische hersenprocessen.

De moeilijkste taak tijdens balspellen is nu juist om niet teveel ‘gevoel’ te leggen in de prestatie. Iedere té fanatieke ‘wil om te winnen’ is gevaarlijk omdat deze gedachte teveel bewuste gedachten oproept tijdens het uitvoeren van bewegingen. Dit zal onherroepelijk leiden tot een verstoring van goed overgeleerde automatische processen/routines.

De beste coaches ter wereld hebben dit ook door. In plaats van te focussen op conditietraining, kracht en lichamelijke fitness, leren zij hun pupillen om vooral niet te denken maar te vertrouwen op hun automatismen. Natuurlijk onder de voorwaarde dat deze automatismen ook goed zijn aangeleerd!

Samengevat, teveel denken tijdens het bewegen of het slaan van een bal hindert het automatische verwerkingsproces. Hersengebieden zoals de visuele en motorische gebieden zijn erg actief wanneer je balspellen speelt. Als zulke gebieden goed getraind zijn, moet de focus liggen bij het leren concentreren op het einddoel, mediteren om ervoor te zorgen dat je geen bewuste, afleidende gedachten hebt tijdens de uitvoering van die bewegingen. 


Spelen zonder bal en de rol van hersenen hierbij

Er zijn natuurlijk ook andere sporten die niets met ballen te maken hebben. Zoals bijvoorbeeld joggen, fietsen, auto racen, schieten, skieën, zwemmen, sprinten en hoogspringen. In al deze sporten moet je brein ook optimaal functioneren wil je uitstekende prestaties neerzetten. Enkele voorbeelden.

Fietsen

De Tour de France is afgelopen (2010) en Lance Armstrong, die ik bewonder, had een aantal slechte dagen waarin hij betrokken was bij meerdere valpartijen. Hoe dat zo? Immers, hij stond erom bekend dat hij vrijwel nooit viel en eerdere Tours mede daarom had gewonnen. Iedereen denkt natuurlijk, ja logisch, hij is ook al wat ouder. Lichamelijk. Niet echt. Het heeft veel meer te maken met zijn hersenen, zijn brein. Niet alleen pech. Fietsen in een groep is namelijk een stuk moeilijker en inspannender dan alleen fietsen. Omdat de hersenen veel moeten verwerken. Het moet constant de andere fietsers in de gaten houden, het verwerkt constant vele bewegingen van benen, wielen en hoofden, iets dat niet hoeft als je in een klein kopgroepje zit. 

Dit letten op al die andere fietsers kost dus veel meer aandacht dan mensen denken. En dus ook meer energie, je wordt dan ook sneller moe. Dus je hersenen gaan sneller minder goed werken. Dat kan een reden zijn dat Lance valpartijen niet snel genoeg zag aankomen, iets dat hij vroeger wel kon. Natuurlijk hielp het hem niet als hij vóór zich vele fietsers had die vielen, dan is er vanzelfsprekend geen ruimte meer om te passeren. Maar…Lance viel niet alleen achteraan, hij viel ook wanneer dat eigenlijk niet hoefde. Alsof hij niet meer het concentratievermogen had om snel valpartijen te voorkómen. En ook niet meer de drive om er bovenop te komen.

Wat ik vooral wil duidelijk maken is dat je hersenen constant aan het werk zijn en dat de werk-belasting elke seconde wisselt. Al naargelang de aard van een taak. Bij het fietsen is bijvoorbeeld de afdaling véél aandachts-inspannender dan het klimmen (en andersom geldt dat voor de fysieke spierbelasting). Het verlies van concentratie tijdens de afdaling kan levensgevaarlijk zijn, bij het klimmen is dat natuurlijk niet zo.

Auto racen, Formule 1

Een ander voorbeeld van je hersenen die op topsnelheid moeten werken is auto racen, Formule 1. Michael Schumacher is één van de beste coureurs allertijden. Het is dan ook geen toeval dat zijn reactiesnelheden ver bovengemiddeld zijn: hij kan dus meerdere dingen tegelijkertijd in een extreem korte tijd doen! Dat heeft hem geholpen om door bochten te komen met zeer hoge snelheid, zodat hij meestal de snelste rondetijden had. Enkele milliseconden zonder uitstekende concentratie kan net funest zijn bij racen op topsnelheid. Je hersenen moeten hiervoor wel in topconditie zijn: optimale glucose- en zuurstofopname is noodzakelijk.

Maar ook het kunnen uitbannen van afleidende (bewuste) gedachten is essentieel tijdens het racen. Je moet namelijk je automatische motorische en verdeelde aandachtsprocessen alle kans geven, zónder enige storing vanuit vertragende bewuste inmenging. Dus…middenin een scheiding zitten die turbulent verloopt, het zojuist verloren hebben van je vader waarmee je een goede band had, dit alles is niet ideaal om optimaal hersen-functioneren te garanderen. Een gezonde geest in een gezond lichaam, dat klopt wel.

Hoogspringen

Wat heeft hoogspringen nou met je hersenen te maken? Verschillende hersengebieden zijn zeer actief tijdens het hoogspringen. Zo moeten de visuoruimtelijke gebieden zeer snel kunnen berekenen waar je exacte afzetsprong moet komen. Op het moment namelijk dat je hard naar de lat toe sprint, wordt deze berekening moeilijk omdat het snel moet gebeuren en je hoofd op en neer gaat (door het lopen). Als deze berekening bewust gebeurt (je bent teveel bezig met wáár je moet afzetten), gaat het met je hoogspringen minder goed. Dat is ook exact de reden dat sporters de weg naar de lat toe zoveel mogelijk exact hetzelfde houden tijdens oefeningen. Op deze manier hoeven de hersenen niet veel meer te berekenen maar laten zij dit loopwerk over aan automatische processen. De focus kan dan vooral gaan liggen op het hoogspringen zelf. 

Helaas is geen sprong exact gelijk, niet de weg ernaar toe, niet exact dezelfde snelheid, niet exact dezelfde lichaamsbewegingen. Dit maakt het voor je hersenen erg moeilijk om constant eenzelfde goede prestatie neer te zetten. Dat blijkt ook wel: ieder afleidend geluid vanuit het publiek, ieder afleidende flits van een camera kan de aandacht van de hoogspringer verstoren in slechts enkele milliseconden. Daarom ook is het oefenen van concentratie voor hoogspringers essentieel. Natuurlijk, ook de fysieke spierconditie, de motorische technieken zijn van belang, maar niet het meest belangrijke.

Schaatsen

Ook bij het schaatsen is het verdelen van je aandacht en het plannen essentieel. Veel mensen denken dat het vooral gaat om uithoudingsvermogen, spierkracht in de bovenbenen en een goede ademhaling. 

Recentelijk zijn er in de schaatswereld enkele nieuwe regels ingevoerd die op nogal wat weerstand zijn gestuit, met name bij Nederlandse schaatsers. Eén van deze regels is dat een schaatser binnen de lijnen moet blijven. Daar werd tijdens de hitte van de strijd wel eens wat van afgeweken. Maar juist deze regel belast het brein des te meer, juist omdat er meer berekeningen op hoge snelheid gedaan moeten worden. Je moet tijdens je sprinten en snelheid maken ook de lijnen – die slecht te zien zijn – in de gaten houden. Dit kost veel aandachtscapaciteit, aandachtsverlies dus voor andere belangrijke bewegingen. Met name in de laatste 100 meters worden nogal eens fouten gemaakt. De emoties, de spanning neemt dan extra toe, zeker als de ‘wil om te winnen’ erg groot is. Het werkgeheugen neemt dan af in capaciteit, er is dan minder aandacht om meerdere zaken tegelijkertijd te berekenen. Dan kan het zijn dat de berekeningen van waar de lijnen exact zijn ten opzichte van je lijf, net iets minder goed verlopen. Terwijl je focus vooral op je snelheid ligt. Met deze nieuwe regels kan je dan wel eens een foutje maken die leidt tot diskwalificatie. Dit is de beroemde snelheid versus nauwkeurigheid-regel. 

Eén manier om toch te winnen, ondanks die nieuwe regels die dus meer kosten van je aandachtscapaciteit, is meer trainen op automatische bewegingen waardoor je harder gaat. Hoe minder aandacht er naar het verhogen van je snelheid gaat, hoe meer aandacht er kan zijn voor het goed in de gaten houden van de lijnen en de focus op het einddoel. Uiteindelijk zullen de schaatsers met enige training geen last meer hebben van deze nieuwe regels.

Darts

Darts lijkt één van de meest ondergewaardeerde sporten in de wereld. Ook ik dacht vroeger dat het een eenvoudig spelletje was, totdat ik me erin begon te verdiepen. Lichamelijk gezien is er inderdaad niet zo heel veel voor nodig, behalve een goed laag zwaartepunt. Daarom zijn de wat forsere mannen die darts spelen wel vaak in het voordeel (of diegenen met lange voeten). Mentaal gezien is darts echter zeer veeleisend: een hoog niveau van concentratie en verdeelde aandacht is vereist. Met name om razendsnel berekeningen te maken. Je kunt namelijk niet zo maar in het wilde weg een dart ergens naar toe gooien. Je moet erg flexibel en snel kunnen rekenen, met name als het pijltje niet komt waar je het gewild had. Dan moet je razendsnel switchen naar een ander vakje, nádat je een en ander opnieuw hebt berekend. Juist door dit constant wisselende rekenwerk, kost darts veel aandacht. Iedere afleiding is dan funest. Ook darters moeten zich goed kunnen focussen of concentreren. 

Alcohol en darts

Tegengesteld aan het idee dat darters veel alcohol drinken, doen zij er goed aan dit niet te doen tijdens het darten. De beste darters doen dat ook niet. Meestal doen ze dat erná . Alcohol hindert namelijk je aandacht, je planning en je vermogen snel te schakelen in je hoofd. Echter, een beetje alcohol kan ook juist de emotionele spanning wat verlagen voor een wedstrijd. En hoge emotionele spanning is ook weer niet goed voor je aandachtssysteem. Ik ben zeker geen voorstander van het gebruik van alcohol bij het verlagen van spanningen tijdens topsport, juist omdat het daarmee extra verslavend kan worden. En alcohol blijft een neurotoxine: het heeft een negatieve invloed op de werking van je hersenen.

Pistool schieten

Ook weer een sport die lichamelijk gezien weinig vraagt. Echter, het langdurig vasthouden van een bepaalde houding vergt ook enige conditie. En dit moet automatisch gebeuren zodat je je aandacht niet hoeft te richten op het in evenwicht blijven staan. Des te meer aandacht is er dan voor het werkelijke doel. Schieten vereist een complete controle over en coördinatie van je wijsvinger en je ogen. Ook vereist het complete controle over je ademhaling, spierspanning en emoties.

Emoties en schieten

Met name controle over emoties, zoals in elke andere sport, is zeer moeilijk. Je wilt altijd zo hoog mogelijk scoren, ook bij het schieten. Maar juist bij het schieten is goed te zien dat deze ambitie juist niet leidt tot goede resultaten. Hoe meer je bewust bezig bent met het behalen van een hoog aantal punten, hoe slechter je meestal schiet. Dit ‘willen’ stoort namelijk de automatische processen die berekenen hoe en wanneer je wijsvinger bij de trekker moet bewegen. De beste resultaten kreeg ik (en andere schutters) als je je er niet van bewust was dat je de trekker had overgehaald. Dan juist staat je bewuste aandacht niet stil bij het schieten zelf, maar bij het doel voor ogen houden. En juist die juiste houding van het pistool of geweer is essentieel bij het scherp schieten. Overigens kán je de roos niet scherp zien, bij het schieten moet je dan ook vooral kijken naar het richtmiddel; de roos in de verte is vaag en onscherp. 

Mentale hobbies

Nu je hebt kunnen lezen hoe het brein, jouw hersenen, te maken hebben met lichamelijke sporten, is het tijd te bekijken hoe dit werkt bij mentale sporten zoals schaken, sudoku, bingo spelen, kruiswoord raadsels, dammen of darts (al eerder besproken maar nu nog nader beschouwd omdat het een mooie combinatie is van lichamelijk en mentale activiteit).

Schaken

Natuurlijk weet iedereen dat schaken nogal wat hersencapaciteit kost. Maar het is niet zo dat topschakers zoals Kasparov of wijlen Bobby Fisher uitzonderlijke geheugen- of aandachtscapaciteiten hadden. Wel zijn ze beter in het onthouden van allerlei schaakposities, schaakposities die logisch zijn. Zodra werd onderzocht of zij ook veel willekeurige schaakposities die normaal niet voor komen konden onthouden, bleek dat zij dit net zo goed konden als gezonde niet-schakers. Ook is vermoedelijk hun creativiteit hoger dan gemiddeld. Ze kunnen meer flexibel nadenken en allerlei associaties maken waar anderen niet zo gauw op komen. Bobby Fisher was op schaakgebied zeer creatief en innovatief, en vermoedelijk daarom nog altijd zo populair. 

Darts: opnieuw

Darts spelen is een erg interessant voorbeeld voor hersen functioneren, al zou je het niet zo zeggen als je de gemiddelde dart-speler ziet. Maar je moet bovengemiddeld snel berekeningen kunnen maken, flexibel en snel kunnen switchen in plannen en je concentratie moet langere tijd lang hoog zijn. Ook moet je oog-hand coördinatie goed zijn en moet je in staat zijn allerlei afleidende gedachten los te laten. 

Darteritis of darteritus

Een erg intrigerend fenomeen bij darts is het zogenaamde darteritis of darteritus, in het Engels ‘dartitis’ genoemd. Het laat de intieme relatie zien tussen onze emoties en ons bewegingsstelsel. Het is het verschijnsel dat na veelvuldig oefenen met het gooien van een dart, de gooi-arm soms helemaal ‘vast’ zit of dat de vingers van de gooi-hand niet meer op tijd (of helemaal niet meer) de dart los laten. Hierdoor wordt een worp natuurlijk verpest. Het wordt niet verklaard door een lichamelijke verlamming of een spierkramp. Iemand kan alsnog de dart op een tafel neerleggen en deze weer oppakken. Maar als hij dan opnieuw wil gooien kan het zijn dat opnieuw de hand of arm ‘bevroren’ raakt. De gevolgen van zoiets zijn voor de dart-speler ernstig: een groot verlies in zelfvertrouwen kan in één klap ontstaan en vanaf dat moment kan het werpen een groot probleem zijn.

Maar wat is nu darteritis? Het is inderdaad een serieus probleem, zeer waarschijnlijk een neuromusculaire stress stoornis. Maar om dit verder uit te leggen moet je eerst iets weten over de relatie tussen het brein, emoties, stress en bewegingen.


Emoties, stress en je hersenen

Allereerst moet je weten dat wanneer je iets doet, het gooien van een dart, het putten bij het golfen, of het slaan van een tennisbal, jouw hersenen spier programma instructies maken om allerlei soorten verschillende spieren aan te sturen. Dit wordt altijd gedaan met een bepaalde hoeveelheid ‘drive’, met een bepaalde ‘hoeveelheid’ emoties.

De twee meest waarschijnlijke basisemoties betrokken bij dergelijke bewegingen zijn angst en agressie. Normaal gesproken is agressie bij bewegen altijd wat groter dan de angst. Als er alleen angst zou zijn, dan zou de beweging óf niet mogelijk zijn (‘freezing’=stokstijf van angst), óf zeer vertraagd en ongecoördineerd zijn. Denk aan angst-dromen alwaar je niet weg kan komen als een auto of een trein op je af stormt. De juiste soort vastberadenheid bij een beweging geeft je nét dat beetje stress (emotie, namelijk agressie) om vooruit te komen. 

Het woord agressie komt uit het Latijnse ‘aggredior’= ergens gericht op af gaan en is dus duidelijk een naar voren gaande (vooruit komende) beweging. In beide emoties, angst of agressie, neemt de spierspanning toe; logisch, als je bedenkt dat het evolutionair gezien gekoppeld was aan ófwel vluchten (angst) ófwel vechten (agressie). In beide gedragingen heb je natuurlijk je spieren nodig die dan wel eerst aangespannen moeten worden.

Spierspanning en emoties

Spierspanning is een erg gecompliceerd fenomeen, althans de controle ervan. Niet alleen wordt het gecontroleerd door lagere systemen zoals in of rondom de spieren zelf, of in het ruggemerg, ook de hogere hersenkernen zoals de basale kernen en de motor gebieden in de hersenen doen mee. Hoe dit exact gebeurt is niet geheel duidelijk, daarvoor is dit controle-mechanisme nog te complex.

We weten wel dat emotionele hersengebieden zoals de amygdala, hippocampus, delen van de prefrontaal kwab en de anterieure thalamuskernen (voorste delen), de motor systemen in het hoofd beïnvloeden (en andersom). Deze beïnvloeding is duidelijk te zien bij een pasgeboren baby. Wanneer een baby plezier heeft, gaat hij heftiger bewegen en met zijn armpjes en beentjes spartelen. Als de baby schrikt of huilt is duidelijk te voelen hoe de spieren in zijn lijfje zich samenspannen. Als de baby verder groeit, ontwikkelen zich meer en meer controle mechanismes die deze koppeling tussen emoties en bewegingen gaan remmen. Dat is een simpele reden waarom wij meestal als volwassenen niet meer rond dansen of springen als we erg opgewonden of vrolijk zijn. We kunnen het wel maar we kunnen het vaak ook goed controleren. Kinderen kunnen dit veel minder goed en worden daarom ook ‘drukker’ als ze emotioneler zijn (b.v. bij feestjes opgewonden omdat zij kadootjes krijgen).

Ik wil hiermee zeggen dat emoties een belangrijke rol spelen bij de controle van bewegingen, meer specifiek: bij de controle van spierspanning (aan- en ontspannen). Nu is mijn vermoeden/hypothese – welke nog wetenschappelijk gevalideerd moet worden – dat spierspanningscontrole eensklaps kan instorten als dit delicate systeem ‘over-belast’ wordt. Op het moment dat je veel repeterende bewegingen achter elkaar doet, bijvoorbeeld met je wijsvinger tikken, kan het zijn dat je in een soort spierkramp geraakt: de vinger beweegt trager of helemaal niet meer. Het is niet helemaal hetzelfde als een kramp en de pijn ontbreekt meestal ook. Maar het is wel een tijdelijk ‘inklappen’ van het motorische regelsysteem.

Het kan goed zijn dat op dat moment hogere brein gebieden (supplementaire motor gebied SMA of de premotore schors) hun controle over lagere brein motor systemen kwijt geraakt zijn. Alsof er een ‘disconnectie’ is. Als dit te lang duurt (enkele minuten of langer) is het goed mogelijk dat het brein deze verbinding niet direct meer kan terug vinden. Dit kan zo overweldigend zijn dat er een tweede proces optreedt: een sterke angst waardoor de tijdelijke verlamming zelfs nog erger wordt. Immers, bij hoge intense angst komen grote hoeveelheden stress hormonen vrij en kan de spierspanning nog verder omhoog gaan. Dergelijke connecties kunnen nog niet goed real time gemeten worden (met MEG wel maar dat is een heel duur en nog weinig gebruikt apparaat). Het begrip ‘conversie’ wat een tijdelijke onverklaarde verlamming kan zijn, is vermoedelijk een dergelijk proces. 

Om te ontstaan moet bij darteritis aan enkele voorwaarden worden voldaan. Allereerst moeten er vele herhaalde bewegingen zijn geweest zodat er een bepaalde motor-controle ‘autobaan’ is ontstaan in de hersenen. Een ‘motor-geheugen’ is dan gevormd waarbinnen allerlei parameters zijn opgeslagen zoals welke spieren aan- of ontspannen moeten worden, en wanneer (timing). Volgens mij is dit zó precies, dat iedere lichte afwijking van de stand van je hand of van je sta-houding, kan leiden tot een heel andere worp. Dus…de repetities of herhalingen van eenzelfde worp moeten zó exact mogelijk zijn, en zo vaak mogelijk. Dan pas wordt zo’n motor geheugenspoor verdiept.

Maar herhaling is niet genoeg! Ten tweede, moeten er voldoende intense emoties een rol spelen, met name angst. Die angst moet er in een bepaalde mate zijn, zó hoog dat het in staat is om voor een ‘emotionele instorting’ van het bewegingscontrole-systeem te zorgen. We weten dat dit bestaat en kan (bijvoorbeeld bij het mnestic block syndrome waarbij hevige emoties geheugenopslag kan verhinderen).

Wat je nog moet weten is dat het brein altijd een up-to-date online kaart van jouw lichaam en lichaamsbewegingen maakt. Op deze manier weet je brein waar zich delen van jouw lichaam bevinden. Maar… bij zo’n ineenstorting kan het zijn dat deze kaart niet meer accuraat wordt gemaakt in je hersenen, juist omdat de gegevens van spieren, spierspanning en ruimtelijke positie van je ledematen niet meer correct binnen komt (door b.v. teveel emoties). Het kan dan goed zijn dat je de controle-ingangen (of motorische snelwegen) in je brein niet meer kan ‘vinden’ en je dus ook niet meer je ledemaat kan controleren.

Het lijkt daarmee sterk op wat je bij het ‘body neglect syndrome’ ziet waarbij door een beroerte ook het contact met vaak de linkerlichaamszijde is verbroken. Ook lijkt het wel op een vorm van apraxie waarbij de vrijwillige beweging, gestuurd door de taal (mondelinge opdracht ‘beweeg je linkervoet’), niet meer mogelijk is maar de onbewuste beweging nog wel (b.v. bij het trappen naar een voetbal die komt aanrollen blijkt de linkervoet ineens wél weer controleerbaar).

Dergelijk controleverlies van willekeurige bewegingen is ook te vinden bij de ziekte van Parkinson waar een patiënt niet spontaan uit een stoel kan opstaan maar dit wel weer kan als plotseling ergens ‘brand’ wordt geroepen. Ook bij het psychiatrische begrip ‘conversie’, vroeger ook wel hysterische verlamming genoemd, lijkt ditzelfde fenomeen aanwezig. Van spierletsel of neurologisch letsel lijkt geen sprake, wel van vaak een tijdelijk uitvallen van hogere orde controlesystemen. Vaak zie je ook dat dergelijke patiënten in hun slaap wel degelijk alle bewegingen kunnen maken.

Bovenstaande speculatie, dat er sprake is van een neuromusculaire stress aandoening bij darteritis, is nog niet bewezen maar kan wel de meeste verschijnselen van darteritis verklaren. Bijvoorbeeld dat het niet bij iedere darter optreedt. Wel bij de darter die competitief is ingesteld, zeer graag wil (nee MOET) winnen. Want juist dit moeten veroorzaakt hoge stress, met bijbehorende teveel aan stress-hormonen die dan ook weer de spierspanning te hoog kunnen maken.

En het verklaart ook dat sommigen door een andere worp, een andere grip, een ander gewicht of onder wat andere omstandigheden (b.v. iets aangeschoten) wél weer kunnen gooien. Dat komt omdat de bewegingsstoornis er specifiek gekoppeld is aan specifieke motor-geheugen parameters. Verander je deze parameters een beetje, dan kan de beweging weer ‘gevonden’ worden. Maar…het stress niveau (het te hoge niveau van emoties) moet wel weer zakken en dat duurt vaak uren (de stress-hormonen spiegel zakt pas na enkele uren).

Een verklaring voor het feit dat verschillende dartspelers baat hebben gehad bij emotie-gerichte behandelingen zoals de controversiële Emotional Freedom Technique (EFT), of gewoon Rationeel Emotieve Therapie waarbij spelers geleerd wordt niet te ‘moeten’ maar te ‘mogen’, is ook gelegen in mijn hypothese dat darteritus een neuromusculaire stress stoornis is. Als je de darts fora leest (met name www.darts.nu) dan zie je dat het verlagen van het stress (emotie) niveau van belang is om darteritus te verminderen. 

Voor meer informatie in het engels zie de links hieronder. 


Tips voor darters met darteritis

Er zijn nu darters die nog duidelijker willen weten hoe zij van hun darteritus af kunnen komen. Bovenstaande uitleg is weliswaar leuk maar wat kunnen zij nou doen om van deze aandoening af te komen? Op basis van puur logisch redeneren én het hanteren van bovengenoemde hypothese (neuromusculaire stress-stoornis) kan ik wel enkele tips geven. Echter, ik ben geen darts-deskundige, heb ook nooit mensen met darteritus behandeld. Dus, mijn tips zijn niet gebaseerd op ervaring maar op theoretisch redeneren. De darters met darteritus zullen moeten aantonen of mijn tips de moeite waard zijn. Dat hoor ik graag via de feedback formulieren terug!

Tips voor darters met darteritus:

1. zorg ervoor dat de worp geheel anders wordt. Dat kan door het gewicht van de dart te veranderen, niet met een dart de worp te oefenen maar b.v. met een propje papier. Of houd iets heel anders vast dan de dart, b.v. een balletje zodat de hand en vingers geheel anders staan. Zorg dan ook voor een andere polsbeweging.

Het idee hierachter is dat de representatie van de gehele dart-worp één groot geheugenspoor is dat anders gevormd moet worden in de hersenen. Het is namelijk dit geheugenspoor dat kennelijk de focale dystonie, de lokale spiercontrole-problemen (of gedeeltelijke verlamming, hoe je het ook noemen wilt) triggert. Doorbreek je dit geheugenspoor voor een deel dan vormt zich in de hersenen een soortgelijk spoor (omdat het wel lijkt op een worp) maar dit spoor kan dusdanig anders zijn dat hiermee het spiercontroleprobleem niet ‘geactiveerd’ wordt. Het risico is, volgens de geheugentheorie, wel aanwezig dat ook deze andere worp gekoppeld gaat worden aan de spiercontrole-problemen. Zodra dát gebeurt, dus de andere worp direct dezelfde darteritus-problemen gaat oproepen, moet je onmiddellijk stoppen met deze worp en nog méér aan de worp veranderen.

2. zorg ervoor dat je bij het werpen oefenen bij 1 een heel andere mindset leert. Met andere woorden: zorg ervoor dat je heel relaxed leert gooien, zónder hevige ‘moet’-emotie. Iedere heftige emotie zoals angst of agressie (‘moeten presteren’) is niet verstandig.

Het onderliggende idee is dat spierspanningsproblemen juist zijn ontstaan door de koppeling met zeer heftige emoties en té hoge (repetitieve) spierspanning. Hoezo emoties vragen darters zich vaak af. Die heb ik helemaal niet bij het gooien, zeggen ze dan. Laat ik dan uitleggen dat emoties niet bewust ervaren hoeven te worden! Maar ze zijn er altijd! Bij iedere worp of actie die een mens uitvoert. Daarom is het bewust (kunstmatig) oefenen van een worp met een geheel andere bewust opgewekte emotie verstandig. Meestal werkt humor het beste om emotionele spanning te verlagen. En ook het veranderen van je ‘mind-set’ of instelling. Een worp moet weer opnieuw geleerd worden maar dan gekoppeld met ontspannende emoties. Dat kan alleen maar bij zeer relaxte gedachten, zo van: ah, ik zie wel wat ik gooi… De prestatiedrang moet dus van de nieuwe worp (zoals bij 1) af. Pas als je dat vaak zo geoefend hebt maak je kans op een andere koppeling in je hersenen tussen de worp en je emoties. 

Let op: de koppeling tussen hevige (spannings)emotie en de spiercontrole-problemen gaat nooit meer weg in je geheugen! Dat is ook de reden dat je darteritus zo terug kunt krijgen na een periode van herstel. Je bent dus kwetsbaarder als je ooit echt darteritus hebt gehad, en langdurig hebt gehad! Dat zou best wel eens kunnen betekenen dat competitie op hoog niveau niet meer mogelijk is omdat daar juist de hevigheid van emoties vrijwel niet te vermijden is.3. tip 2 is het meest moeilijke van alles omdat dit betekent dat je geheel anders moet gaan aankijken tegen het werpen. Het ‘moeten’ presteren moet er echt af bij iedere worp die je doet. Dat betekent dat je de eerste weken of maanden (afhankelijk van hoe ernstig je de darteritus hebt) helemaal niet meer aan competitie mag doen. Juist vanwege de grote kans op het snel optreden van heftige emoties. Deze zul je eerst volledig onder controle moeten krijgen. Dat krijg je alleen maar als je er echt anders tegen aan gaat kijken, dat ‘moeten’ moet er echt af. Probeer dat maar eens bij een wedstrijdje! Mindfulness is een methode die hierbij kan helpen: je focussen op het hier en nu zónder iets te moeten presteren.

4. Maak je niet druk om het feit dat je tijdelijk de darteritus hebt opgelopen. Iedere extra zorg om deze aandoening maakt je stress (emoties) erger en zal de spierspanning die ontstaat door intensere emoties niet verlagen. De kans dat je dan van je darteritis af gaat komen daalt dan.

Link to dr Jan Graydon's article 


Yips

Het fenomeen van spiercontroleverlies van met name fijn motorische bewegingen komt bij meerdere sporten voor en wordt ook wel yips genoemd in de engelstalige literatuur. Het is geen medische term, populair gemaakt door een professioneel golfer Tommy Armour. In verschillende sporten wordt deze neuromusculaire stress stoornis terug gevonden: in basketbal, honkbal (met werpen alleen), tennis, biljart.

Opvallend is dat de aandoening vooral voor komt bij bewegingen die een hoge mate van concentratie vereisen én complexe fijn motorische handelingen (zoals het putten bij golfen, mikken bij biljart, speciaal werpen bij honkbal en basketbal. Tot nog toe kan mijn hypothese dit alles goed verklaren. Het begrip focale dystonie wordt ook wel eens als verklaring genoemd maar het is geen echte verklaring, het is slechts een beschrijvende term welke niets anders zegt dan lokale spierspanningsproblemen. Het is wel zo dat dystonie geen eenvoudig herstelverloop kent. Het kan soms enige tijd duren voordat alles is hersteld. Vaker hoor je ook dat er toch wel blijvende restverschijnselen zijn waarbij de motoriek (motorische controle) van iemand niet meer 100% is.

Ik nodig trouwens iedere dartspeler uit mét verschijnselen van darteritis om te reageren, hieronder met het formulier. Reacties die zinvol zijn en verder licht laten schijnen op darteritus worden geplaatst. Met dank alvast! 


Wat vindt u van deze pagina? Vul uw commentaar hier s.v.p. in.

Please note that all fields followed by an asterisk must be filled in.

Please enter the word that you see below.

  

Heeft u iets aan de hier voorgestelde oplossingen?

Heeft u iets gehad aan de voorgestelde oplossingen op deze pagina? Zo ja, vertelt u dan aub uw eigen verhaal. Mogelijk heeft u nog méér oplossingen voor anderen.

Ik nodig u bij deze uit uw verhaal te vertellen, op uw eigen manier. Het delen van uw verhaal met anderen kan mogelijk andere mensen helpen. Misschien worden uw tips straks wel de meest belangrijke en meest gewaardeerde. Bovendien zorgt uw verhaal voor nóg meer praktijkinformatie zodat we nog meer leren van elkaar.

Met uw verhaal kunt niet alleen anderen helpen, anderen kunnen ú ook helpen! En het mooiste van alles is: u kunt uw verhaal geheel anoniem kwijt, geen registratie nodig, u kunt meteen beginnen te typen. Zodat wij met z'n allen elkaar helpen! Met mijn dank alvast!

[ ? ]

Author Information (optional)

To receive credit as the author, enter your information below.

(first or full name)

(e.g., City, State, Country)

Submit Your Contribution

 submission guidelines.


(You can preview and edit on the next page)


Ga terug van Hobbies-normaal-brein naar Homepage Nederlands 


Ga naar mijn psychologie praktijk te Lisse 


Read here about all disclaimers relevant to this site:

LegalDisclaimers.html


If you want you can follow me on Twitter. I usually tweet in a serious way: whenever there is any news to share, being either about brain injury, emotional problems, abnormal behavior or other morality issues. Click on the link below:

Als u wilt kunt u me ook op Twitter volgen. Ik tweet eigenlijk alleen serieuze zaken, of dat nu nieuws is over hersenletsel, emotionele problemen, abnormaal gedrag of andere ethische zaken. Klik op onderstaande link:

https://twitter.com/fckovacs