Sociale contacten veranderen altijd na een hersenletsel

Kan ik zo stellig zijn in deze uitspraak over sociale contacten na een hersenletsel? Ja, dat kan ik zeker. Althans als het gaat om matig tot ernstig hersenletsel. Echter, dit is niet zo zeer gebaseerd op de literatuur, want als je alle boeken leest krijg je automatisch de indruk dat het allemaal wel mee valt, met hersenletsel en de gevolgen voor sociale contacten. Natuurlijk wordt er hier en daar wel eens gezegd dat er persoonlijkheidsveranderingen kunnen zijn na een hersenletsel. Maar dat zijn dan vaak sappige verhalen waarin iemand compleet in zijn gedrag veranderd was. Het liefst dan nog veranderd in ‘monsterlijk’ gedrag, want dat doet het altijd goed bij het publiek.

Op deze gehele website is mijn boodschap dat hersenletsel je leven kan en zal veranderen, dus ook je sociale contacten, veel meer dan de meeste mensen en zelfs professionals denken. Zoals gezegd, praat ik hier dan vooral over de meer serieuze en ernstigere vormen van hersenletsel zoals grotere beroertes, hersenletsel door zuurstoftekort of vormen van dementie (wijdverbreid hersenletsel). Echter, ook bij mildere vormen van hersenletsel heb ik wel subtiele veranderingen in iemand’s persoonlijkheid gezien die toch verstrekkende gevolgen hadden voor de sociale contacten. Om dat te begrijpen is het verstandig meer uitleg te lezen op mijn pagina’s over Persoonlijkheidsveranderingen na hersenletsel.

De meest voorkomende veranderingen in persoonlijkheid en gedrag, leidend tot verminderde sociale contacten

Als je gaat beseffen dat onze persoonlijkheid en karakter volledig geregeld wordt door ons brein, dan kun je ook beter de verhalen van familieleden van mensen met hersenletsel begrijpen. Veranderingen in persoonlijkheid gaan vaak twee verschillende kanten op: positief of negatief. Of een versterking of een verzwakking van bestaande persoonlijkheidseigenschappen wordt genoemd door familieleden. Bijvoorbeeld: als iemand altijd aardig en vriendelijk was, kan hersenletsel dit veranderd hebben in iemand die nóg aardiger is of juist agressiever is geworden. Eerlijk gezegd, hoor ik niet zo vaak verhalen die een positieve verandering hebben teweeg gebracht. Meestal hoor je dat minder leuke persoonlijkheidskenmerken zijn versterkt.

Dit kan wat mij betreft relatief gemakkelijk verklaard worden. Hoewel speculatief omdat de huidige wetenschap hierover geen antwoorden kent. Ik zelf denk dat hersenletsel ons vermogen om onze emoties te beheersen, te reguleren, vermindert. Deze regulatie/beheersing zou volgens huidige inzichten, vooral in de prefrontaal kwabben plaatsvinden. Meestal functioneren deze frontaalkwabben minder goed na een hersenletsel, ook al is dat hersenletsel niet op de plek van de frontaalkwab. En omdat zij nodig zijn voor welke controle op ons gedrag dan ook, zou het kunnen dat schade voor een verminderde controle zorgt. Je kunt dit vergelijken met het onder invloed zijn van alcohol of andere drugs. De controle over je emotionele ‘impulsen’ (een totaal verkeerde benaming in de psychiatrie overigens) is dan duidelijk verminderd.

Dat wil niet zeggen dat iemand automatisch aardiger wordt na een hersenletsel. Aardig zijn heeft veel te maken met de afwezigheid van negatieve emoties zoals verdriet of angst of agressie. En als deze emoties juist na hersenletsel meer aanwezig zijn, is juist blijdschap, vrolijkheid, aardig zijn sterk verminderd. Bovendien hangt aardig zijn ook vooral af van het vermogen om compassie, medeleven te hebben. Frontaal letsels kunnen juist angst verhogend zijn maar ook andersom: angstverlagend. Zo zeer zelfs dat iemand zich ook niet meer schaamt als hij sociaal ongepast gedrag vertoont, b.v. in zijn broek plast of in een hoekje van een kamer gaat plassen. Zo’n iemand heeft dan niet meer het angst-schaamte gevoel wat bij dergelijk gedrag kan passen.

Soms hoor ik het verhaal van een moeder die mij vertelt dat haar zoon van 20 liever en aardiger is geworden na zijn traumatisch schedelhersenletsel. Dat is een leuk neveneffect zou je kunnen zeggen. Een echte verklaring is er niet voor een dergelijke verandering; de wetenschap weet nog heel veel niet. Soms hoor ik ook van familieleden dat hun partner na een beroerte minder stellig, bot is geworden in zijn uitspraken. Dat kan natuurlijk gebeuren en niemand weet precies hoe of waarom.

Echter, meestal zijn de veranderingen minder positief. Heel vaak wordt een hersenletselpatiënt meer egocentrisch, meer bezorgd over zichzelf en daardoor minder gericht op zijn partner of zijn kinderen. Meestal leg ik dit uit door een evolutionaire metafoor te gebruiken: gewonde dieren zullen ook eerst voor zichzelf gaan zorgen en dan minder denken aan anderen om zich heen. Een andere logische verklaring is dat het brein minder stress aan kan na een hersenletsel. Om jezelf dan te beschermen tegen teveel stress, ga je je alleen nog maar richten op je eigen sores en zorgen. Niet op die van anderen. Maar dat geeft natuurlijk problemen in sociale contacten. Ik kan zelf geen bewijzen vinden dat patiënten expres, dus met opzet, egocentrischer worden. Als je namelijk met ze spreekt, hierover, in intiemere momenten tijdens gesprekken, dan barsten ze vaak in huilen uit (ook mannen) en verklaren ze meer dan eens dat zij ook wel zien dat zij minder aardig en minder attent zijn geworden, maar dat willen zij NIET. Het gebeurt gewoon, zeggen ze vaak. Dat geeft mij dan weer enige hoop, dat dergelijk egocentrisme veranderd kan worden. En dat is dan ook mijn ervaring bij het begeleiden van deze mensen. Meer daarover op mijn pagina over Persoonlijkheidsveranderingen na hersenletsel.

Vreemd gedrag in sociale contacten

Veel gehoorde voorbeelden van merkwaardig gedrag in sociale contacten na hersenletsel is een terugtrekken uit contact. Meestal, in een groep, of in een gesprek trekt iemand zich plots terug, wordt stil en ‘gaat uit contact’. Zegt niet veel meer, vergeleken met een uur geleden. Gerelateerd aan dit gedrag kan er ook sprake zijn van een plotselinge explosie van irritaties en woede. Vaak gebeurt dit als iemand al enige tijd in de groep heeft gezeten en heeft meegedaan.

Dit heeft mijns inziens niet zoveel te maken met het minder aardig of minder attent zijn. Het gedrag van een uur geleden was namelijk nog normaal, bewijzende dat iemand dan wél aardig en vriendelijk kan zijn in sociaal contact. De beste verklaring die ik kan geven voor zulk veranderd gedrag is dat iemand geleidelijk vermoeid raakt en uiteindelijk overspoeld wordt door een te grote hoeveelheid informatie. Hersenletsel vermindert namelijk vrijwel altijd het vermogen om informatie snel en correct te verwerken. Meestal is het aandacht systeem verminderd en dat is met aandacht tests zoals de TOSSA (zie de pagina over Aandacht tests) te meten. Het zijn in een groep mensen en proberen aandachtig mee te doen, kost veel energie voor iemand met hersenletsel. Veel meer dan bij een gezond iemand. Het resultaat is dat de ‘batterij’, de accu van die persoon ook veel sneller leeg raakt. De laatste fase van het opraken van de energie wordt vaak ingeluid door nog een extra energie-spurt. Maar daarna gaat het heel snel achteruit: binnen enkele minuten kan iemand geheel op zijn en sluit hij zich af. Of explodeert. In beide gevallen gebeurt dat uit pure zelfbescherming omdat dan meestal het sociale contact eindigt. Letterlijk, door zich geheel terug te trekken uit de drukte, of indirect door zich agressief te gedragen. Geen wonder dat na zulke ervaringen veel mensen uiteindelijk wegblijven bij zo’n iemand.

Wij (maatschappelijk werk en ik) hebben vaak met deze hypothese gewerkt en met succes. Patiënten voelden zich na deze uitleg beter en ze konden dan ook met onze hulp eerder acties ondernemen zodat ze niet overspoeld werden door informatie.

Natuurlijk is bovenstaande anecdote een ‘happy ending’. Er zijn echter meer anecdotes te melden. Vooral na een hersenletsel waar de schade veel meer wijdverbreid is en de frontaal kwabben veel meer zijn beschadigd, heb ik meer pseudo-psychopathisch gedrag gezien. Daarmee bedoel ik erg egoïstisch gedrag, agressief zijn om iemand te kwetsen, geen spijt hebben, met opzet uitlokken van het shockeren van mensen, zelfs op een subtielere manier. Dit type asociaal gedrag is goed bekend in de wetenschappelijke literatuur en heeft helaas een slechte prognose. Uiteindelijk wordt iemand niet alleen agressief naar zijn partner toe, maar ook naar anderen zoals zijn baas. Alsof er geen angst meer is voor iemand, of geen angst meer om zijn baan te verliezen. En zo loopt het dan vaak af: iemand verliest vanwege dit onhandelbare gedrag zijn baan. Maar ook vrienden verlaten hem. Als een neuropsycholoog kan ik dan nog alleen maar voor een rechter getuigen dat dergelijk gedrag verklaard kan worden op basis van ernstig hersenletsel.

Het verlies van angst in sociale contacten kan dus ernstige gevolgen hebben. Niet langer kan iemand voelen waar hij over de (sociale) grenzen gaat, niet langer kan een patiënt subtiele sociale tekenen juist interpreteren dat zijn gedrag niet past. Het gebruiken van krachttermen, grove woorden, veelvuldig vloeken in het openbaar, het te bot en direct zeggen wat men denkt, allemaal kunnen dit tekenen zijn van een minder functionerende frontaalkwab. Vooral als blijkt dat iemand zich niet kan aanpassen of zijn gedrag kan veranderen.

Samenvatting: sociale contacten na hersenletsel

Veranderingen in gedrag na een hersenletsel kunnen leiden tot een duidelijke verslechtering van sociale contacten. Vaak omdat een patiënt minder aandacht heeft voor zijn omgeving, minder ‘wederkerig’ is in contact. Dat wil zeggen, zelf niet veel in het contact investeert. Dat kan komen omdat iemand dat niet meer goed kan, omdat iemand te snel moe is en genoeg heeft aan zichzelf. Maar het kan ook komen door veranderingen in de voorste delen van de hersenen waardoor iemand daadwerkelijk agressiever en asocialer is geworden.



Wat vindt u van deze pagina? Vul uw commentaar hier s.v.p. in.

Please note that all fields followed by an asterisk must be filled in.

Please enter the word that you see below.

  




Ga van Sociale contacten na hersenletsel naar Homepage Nederlands


Ga naar mijn 1e-lijns psychologie praktijk te Leiden